mussert

Door Manfred Gerstenfeld, eerder geplaatst in De Dagelijkse Standaard.

“Enkele weken geleden schreef ik in de Dagelijkse Standaard over een studie van de universiteit van Bielefeld. Daaruit bleek dat meer dan 38% van de Nederlanders van mening is dat Israël een vernietigingsoorlog voert tegen de Palestijnen.” “Dit betekent dat zij Israël beschuldigen van genocide. In de Westerse wereld wordt het plegen van genocide nu beschouwd als het absolute kwaad. Deze op niets gebaseerde beschuldiging is een uitdrukking van extreem antisemitisme. Het Palestijns-Israëlische conflict behoort waarschijnlijk niet tot de vijftig meest bloedige conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog.

Ik schreef ook dat dit beeld van Israël een nieuwere mutatie is van wat vroeger als absoluut kwaad werd gezien: eerst werd in de christelijke wereld de Joden godsmoord verweten. Daarnaast beweerde later de nazi-propaganda dat Joden ondermensen, ongedierte en bacteriën zijn. Ik concludeerde dat er ongeveer 5 miljoen Nederlanders zijn die men middeleeuwse duisterlingen of neo-NSB’ers kan noemen. Dit bewijst dat er iets radicaal mis is in het huidige Nederland.

De Nederlandse pers zweeg het onderzoek dood. Ook voor hen die het niet met mij eens zijn, zou het een veel belangrijker onderwerp moeten zijn dan bijvoorbeeld het omstreden koningslied. Het verzwijgen hielp niets want mijn artikel op De Dagelijkse Standaard kreeg nogal wat aandacht in de Joodse wereld. Een internationaal Joods televisieprogramma vermeldde het als nieuws en Y-net, de Engelse website van Israëls grootste dagblad, schreef erover.

Rabbijn Abraham Cooper, de nummer twee van het Simon Wiesenthal Center uit Los Angeles had verleden week een gesprek met vice-premier Lodewijk Asscher. Daarin vermeldde hij de studie van de Duitse universiteit. Hij zei dat de verregaande demonizatie van Israel en de Joden de Nederlandse autoriteiten en maatschappij zorg zou moeten baren. Cooper vroeg Asscher om dit extreme antisemitisme te bestrijden. Ook dit gesprek kreeg internationale aandacht. Nu kan de regering in de toekomst niet meer zeggen dat ze van niets wist.

De reacties uit Nederland op het artikel die ik persoonlijk kreeg vielen in drie kleine groepen uiteen. Allereerst van diegenen die de feiten van het onderzoek niet geloofden. Zo werd, op niets berustend, gezegd dat het onderzoek niets bewees. Het aantal ondervraagden in ieder van de zeven betrokken landen bedroeg nota bene 1.000 personen.

Een onderzoek door dezelfde universiteit een jaar of tien geleden vroeg meer dan 2.500 personen in Duitsland: “Wat de staat Israël vandaag de Palestijnen aandoet is in principe niets anders dan wat de nazi’s in het Derde Rijk de Joden hebben aangedaan.” Een en vijftig procent van de ondervraagden was het hier gedeeltelijk of volkomen mee eens. Een in 2012 in Noorwegen uitgevoerd onderzoek stelde de vraag of wat de Israël de Palestijnen aandeed hetzelfde was als wat de Nazi’s de Joden aangedaan hadden. Acht en dertig procent van de Noren beantwoordde deze vraag positief.

Een reactie kwam van iemand die zei dat hij nog nooit een autochtone Nederlander had ontmoet die dit soort opmerkingen maakte. Dat bewijst niets. Ik had duidelijk gesteld dat de gevoelens latent waren. Er was ook een reactie dat het vooral Nederlandse moslims waren die Israël van genocide beschuldigden. Dit is nonsens want moslims maken slechts zes procent van de bevolking uit. Veruit de meeste Nederlandse neo-NSB’ers behoren tot de autochtone mainstream.

De tweede kleine groep van reacties kwam van mensen die geschrokken waren. Een daarvan is de Nederlandse christelijke internet-radio, van Pillar of Fire,(radioisrael.nl) die mij hierover geïnterviewd heeft op 12 maart jl. Een Nederlandse journalist mailde dat mijn artikel hem zwaar op de maag lag. Hij schreef dat mijn conclusies juist waren, maar dat hij dacht dat dit ‘door Nederlanders niet herkend zal worden’.

Tot de derde groep behoorden diegenen die zich al voor mijn artikel bewust waren hoe erg de situatie was. Enkelen daarvan denken dat het huidige Nederland zo gedegenereerd is dat er geen redden meer aan is. Een hoogleraar schreef me over het artikel: “Noodzakelijke teksten helaas.”

Ik kreeg in Jeruzalem bezoek van een Nederlandse journalist die het artikel op Y-net had gelezen. Hij vroeg zich af of hij een interview met mij zou doen. Die gedachte gaf hij snel op. Ik zei namelijk dat journalisten belangrijke feiten niet publiceren. Hij reageerde met: “U beledigt mij en mijn vakgenoten.” Hoewel hij dat makkelijk op Google had kunnen nazoeken wilde hij niet geloven dat de landelijke Nederlandse pers de televisieuitzending met de jonge Turkse Hitler en Holocaust-bewonderaars uit Arnhem wekenlang vrijwel verzwegen had totdat De Telegraaf tenslotte de brief van het Simon Wiesenthal Center hieromtrent aan premier Rutte op de voorpagina zette. Hij zei dat hij de Duitse studie wilde lezen en er eventueel op zou terugkomen. Ik heb niets meer van hem gehoord.

Voor hem en andere wegkijkers volgt hier een kleine opsomming van hoe in Nederland zeer onaangename gebeurtenissen uit het verleden door de grote pers en de autoriteiten verdoezeld werden. Raymond Westerling was commandant van het regiment speciale troepen dat in december 1946 naar Zuid-Celebes werd gestuurd om de plaatselijke opstand te onderdrukken. Dat duurde drie maanden en 3.500 Indonesiers werden gedood vaak door standrecht. Pas toen zijn ondergeschikten ook veroordeelde gevangenen executeerden, grepen de Nederlandse autoriteiten in.

In 1969 gaf Westerling een televisie-interview aan de journalist Joep Buttinghausen. Hij gaf oorlogsmisdaden toe en zei dat hij niet bang was voor vervolging, want hij had de steun van de Nederlandse regering. Geen enkele Nederlandse omroep – gedeeltelijk vanwege dreigingen – was bereid om het interview uit te zenden. Dat gebeurde pas in 2012.

In 1995 maakten Alfred Edelstein en Karin van Coevorden voor RTL een documentaire over de standrechtelijke executies door het Nederlandse leger in Rawagede op Java. Een aantal inwoners daar was verbaasd dat er vanuit Nederland na zoveel jaren aandacht voor hun situatie was en dat de nadruk op hun dorp werd gelegd. Ze zeiden dat soortgelijke misdaden ook in meerdere andere Javaanse dorpen hadden plaatsgevonden.

Maar ook Nederlandse instellingen hebben over belangrijke punten oppervlakkig werk gedaan en de pers heeft het daarbij laten zitten. In 2008 gaf de historicus Cees Fasseur, auteur van de excessen-nota, tegenover de Groene Amsterdammer toe dat dit document waarin de oorlogsmisdaden van Nederlandse soldaten in Indonesie tussen 1945 en 1949 beschreven werden onvolledig en haastig was geschreven. En dat betreft dan ‘politionele acties’ waarin door beide kanten waarschijnlijk meer dan 150.000 mensen gedood zijn.

En tenslotte de vlucht van de Nederlandse soldaten uit Srebrenica, waarna een werkelijke genocide plaatsvond. Waarom was er in de tijd daarvoor in de Nederlandse pers zo weinig aandacht voor alles wat daar misging? Daarna werkte het NIOD jarenlang aan een rapport dat duizenden bladzijden omvat. Een van de belangrijkste conclusies daarvan was dat de Nederlandse regering toen zij besloot haar troepen uit Srebrenica terug te trekken niet wist dat de burgers daar gevaar liepen. Daarop reageerden de ministers Pronk en Borst dat de regering dit wel degelijk wist. Mevrouw Borst heeft dat jaren later nogmaals bevestigd in een gesprek dat ik met haar had.

Ik weet niet hoe lang het verhaal van de vijf miljoen neo-NSB’ers nog in de Nederlandse doofpot blijft. Er is niet veel vooruitziendheid voor nodig om te voorspellen dat het op den duur ook in Nederland onderwerp van discussie wordt.”

Artikel trefwoorden: / / /