StanGoodenough-site

“Zo zegt de Heere der Heerscharen: “Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand. ‘” – (Zacharia 8:2) (NBG 1951)
“Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem ben ik niet stil, totdat het licht van haar gerechtigheid daagt en de fakkel van haar redding brandt.” Premier Benjamin Netanyahu citeerde de profeet Jesaja (62:1) aan het einde van zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN op 29 september 2014.
“Ik geloof niet, dat de Joodse staat en het moderne zionisme mogelijk zouden zijn geweest zonder Christenzionisme.” Premier Netanyahu

Christenzionisten: het is onze erfenis en belangrijke roeping als gelovigen, die “voor een zodanige tijd als deze grootgebracht zijn” (en iedere generatie heeft zijn ‘tijd’) vóór Israël te gaan en in feite haar te begeleiden, als ze zich naar haar glorieus volledig nationaal herstel beweegt.
Vanaf het prille begin was Christenzionisme verbonden met het hele concept van herstel, dat wil zeggen het terugbrengen van de Joden naar het Bijbelse land Israël en het teruggeven van het Bijbelse land Israël aan de Joden.
En wat deze beweging ter wereld bracht en leidde was een eenvoudige en onwrikbare overtuiging, dat dit herstel werd voorspeld in het Woord van God.

Opdat we het niet vergeten: Christenzionisme – of Restaurationisme zoals het oorspronkelijk bekend was – werd door God aangewezen om de weg te bereiden voor Israëls nationale wedergeboorte en geestelijke heropleving (en Ezechiël vertelt ons, dat de nationale wedergeboorte – die nog steeds plaatsvindt – volbracht moet worden, voordat de geestelijke wedergeboorte zal plaatsvinden.)
Dit is geen denkbeeldige, zelftoejuichende fictie. Het is een historisch feit.
Het is de manier, zoals het vanaf het begin van deze beweging was – vanaf vroeg in de 18e eeuw, lang voordat de Joden een praktische manier hadden om hun terugkeer naar hun land te kunnen organiseren. Terwijl zij ernaar smachtten om te doen wat geen enkel, millennia lang verstrooid, op nationaal niveau versnipperd volk ooit had gedaan, waren ze gezeefd totdat zij een aan flarden gescheurd overblijfsel bleven op de aardbodem, zonder enige politieke macht of mogelijkheid hun nationale hoop te verwezenlijken.

Op dat moment waren het Christenen die de Bijbel geloofden, die de profeten geloofden, die het Woord van God geloofden, die vanaf de preekstoel begonnen te preken, dat het de bedoeling van God was en altijd geweest was om het Joodse volk terug te brengen naar het land, dat Hij hen gaf.
En ze preekten dat deze terugkeer de onontbeerlijke laatste voorloper was van de vervulling van de verlossing – de komst van het Koninkrijk van God op aarde.

Onder deze geestelijke reuzen waren John en Charles Wesley, Robert Murray M’Cheyne, Charles Haddon Spurgeon en William Wilberforce. Ze gingen voor edelen en wetgevers, zoals de Graaf van Shaftesbury, William Blackstone, Arthur Balfour en anderen, die uiteindelijk de politiek gebruikten om de weg vrij te maken voor de terugkeer van de Joden.

Spurgeon

Het was deze Christelijke stroom, waarvan deze mannen, de gereanimeerde rivierstelsels waren (gereanimeerd, omdat natuurlijk de oorsprong het Woord van God was, zoals dat wordt begrepen door de apostelen, maar dat was opgedroogd in de tijd van Constantijn en honderden jaren buiten het gezichtsveld zou blijven), die zich ontwikkelde tot Restaurationisme en uiteindelijk tot wat wij noemen het Christenzionisme. Altijd lag in het hart van deze beweging – in haar praktische uitwerking – de terugkeer van de Joden naar het geografische land van waaruit ze in de gevangenschap gegaan waren en het juridische herstel van dat land als het rechtmatige bezit van het Joodse volk.

Dit tweevoudige herstel is wat de Bijbel zegt, dat God teweeg wil brengen. En het moest het Woord van God zijn dat deze predikers predikten. Ze konden geen politiek prediken; zij konden niet met: ‘gezalfde overtuiging en brandende passie, één of andere gewoon of zelfs buitengewoon, door de mens gemaakt idee prediken. Het moest het Goddelijke Woord zijn.
Dat is dus wat ze preekten, omdat God gezegd heeft – volgens de profeten Jesaja en Jeremia en Ezechiël en anderen – dat Hij ontrouw Israël uit haar land zou drijven om de aarde te bewandelen; Hij zou haar volk onder de naties behouden als een overblijfsel; Hij zou zijn hand weer uitstrekken om ze te verzamelen en ze terug te brengen naar hun “eigen land,” om ze daar aan te planten.

Dat is wat de Bijbel zei en dat is wat mensen geloofden, dat de Bijbel verzekerde en zei. Omdat zij God op zijn woord geloofden.
Voor degenen onder ons die zich Christenzionisten noemen, zijn deze mensen de grondleggers van deze beweging – onze geestelijke vaders. Ze zeiden, dat het een morele plicht voor Godvrezende naties was om bevorderaars te zijn van de geweldige profetische bedoelingen van God voor het Joodse volk. En dat is wat zij deden.

Dus toen Anthony Ashley Cooper – de 7e Graaf van Shaftesbury – meedeed en in 1841 zijn kolom schreef in de Colonial Times met de titel: Memorandum to Protestant Monarchs of Europe for the restoration of the Jews to Palestine ( Memorandum aan de protestantse vorsten van Europa voor het herstel van de Joden in Palestina); toen, 50 jaar later, het Blackstone Memorial werd opgesteld door zijn naamgenoot in de VS, hetzelfde jaar waarin William Hechler samenkwam met Theodore Herzl en zijn diensten aanbood als een Christelijk aalmoezenier om diplomatieke deuren te openen voor de oprichter van het politieke zionisme en toen 27 jaar later, Lord Arthur Balfour aan Lord Rothschild en de Zionistische leider Chaim Weizmann de Balfour Verklaring aanbood, gingen ze allemaal in diezelfde Stroom.

Toen Kolonel John Henry Patterson Ze’ev Jabotinsky hielp een militaire eenheid op te richten in de Eerste Wereldoorlog om te vechten voor het Land Israël; toen de Britse Inlichtingen officier Kolonel Richard Meinertzhagen zijn leven riskeerde om de Turken te bedriegen en Berseba te openen voor de verovering door de Anzacs; toen Kapitein Captain Charles Orde Wingate – met zijn Bijbel in de ene hand en een Lee Enfield in de andere – jonge Joodse strijders, zoals Yigal Allon en Moshe Dayan nam en trainde om Joodse nederzettingen tegen Arabische nationalistische benden te verdedigen – en die de fundamentele militaire doctrine vestigde van de nog te vormen Israel Defense Forces – bewogen deze Christenen ook in deze stroom.

En toen satan Hitler bewoog om het volk van God in Europa te doden en om zo hun terugkeer en hun nationale wedergeboorte te voorkomen, verzochten mannen van God, zoals Rees Howells uitdrukkelijk de Troon om Rommel bij El Alamein verslagen te zien en de Duitse Wehrmacht vast te zien zitten aan het Oostelijke Front – alles om de geplande Nazi-invasie in Palestina te voorkomen.

Bijbelgelovigen binnen alle confessionele lijnen zagen de wedergeboorte van het nationale Israël en tegen alle verwachtingen in, de overleving van de nieuwe Joodse staat in de Onafhankelijkheidsoorlog als bewijs dat het een “ding van God” was.
Toen de IDF Syrië, Egypte en Jordanië in de Zesdaagse Oorlog verdreef en het Joodse volk terugkeerde naar de Bijbelse hartlanden van Gaza, de Golan Hoogten, Judea, Samaria en het ‘heilige bekken’ Jeruzalem – met de Tempelberg en de Westelijke Muur – vierden christenen over de hele wereld de overwinning als Goddelijk voorbestemd.

En toen 14 jaar later de Nederlandse predikant Jan Willem van der Hoeven en een handvol andere Christenen de deuren van de Internationale Christelijke Ambassade in Jeruzalem (ICEJ) openden, handelden ze ook in de stroom van het authentieke, oorspronkelijke Christelijk zionisme.
Dit is de reden waarom deze mannen de belofte aan Israël maakten – als een openbaar getuigenis – dat zij “onvermoeibaar zouden blijven ijveren voor de eenmaking van de stad Jeruzalem en voor de eenwording van het land.”
Wat al deze mannen dreef was het geloof dat ze de gelegenheid kregen dit te doen “omdat God het in zijn woord heeft verklaard,” en omdat ze geloofden.

God heeft in zijn woord gezegd dat Hij de Joden weer terug zou brengen naar hun land en dat Hij het land terug zou geven aan de Joden. Hij zei, dat Hij ze zou terugbrengen naar de bergen van Israël – naar Samaria – Judea en naar Jeruzalem – plaats van de berg Zion, zijn heilige heuvel. Hij zei dat Hij dit fysieke en geografische nationale herstel zou doen op de weg naar de geestelijke wedergeboorte en opstanding, die Hij voor hen heeft gepland.
Dit was het fundamentele geloof van de Christenzionisten. Het is dit wat hen als christenen maakte tot voorvechters van het zionisme, de Joods nationalistische beweging, die de oprichting van een joods thuisland in het gebied omschreven als het Land Israël steunde en nog steeds steunt.

Met het risico dat ik mezelf teveel herhaal: deze Christenen hebben de weg geëffend en ze begonnen het fysiek mogelijk te maken dat het Joodse volk terugkwam naar hun land, vanwege wat was geschreven in het Woord van God.
Er zat geen ingewikkelde of complexe theologie achter, behalve misschien, dat waar de apostel Paulus over sprak als Gods mysterie werken met Israël. God zei, dat Hij de Joodse mensen terug zou brengen naar hun land. Hij zei dat Hij hun land aan hen zou teruggeven. En, wat meer is, Hij zei, dat dit fysieke herstel zou plaatsvinden niet alleen ondanks hun geestelijk dood zijn, maar vanwege dit feit.

Want hun fysieke herstel is een essentiële stap op weg naar hun geestelijk herstel.
Met andere woorden, God bepaalde dat Hij hen zou terugbrengen in hun staat van ongeloof, waarin Hij hun verplicht had; Hij zou hen niet terugbrengen als heiligen, maar als zondaars. En dat is ook de manier waarop ze terugkwamen.

Dat is de reden waarom de hele Joodse Zionistische onderneming een ‘godloze’ zaak was, in die zin – dat de Joden, die in golven aliyah naar thuis stroomden, geen mensen waren die in hun achterhoofd geloofden dat ze een bepaalde Bijbelse eindtijdprofetie vervulden – de Joden deden dat niet. Vanuit het perspectief van Theodore Herzl had God geen rol te spelen in zijn zionisme. Herzl zocht noch Gods wil, noch was hij erin geïnteresseerd. In zijn boeken “Der Judenstaat” en “Alt-Neu Land,” neemt God geen enkele plaats in. David Ben Gurion was ook niet in God geïnteresseerd. Zijn religie was vermeld als “Joods atheïsme” en hij was een overtuigde Labour socialist. De moderne Orthodoxe filosoof Yeshayahu Leibowitz vond dat Ben-Gurion “Jodendom meer haatte dan enig ander mens, die hij had ontmoet.” (Shimon Peres, de onlangs gepensioneerde president van Israël, deelde de opvatting van Ben Gurion over wie Peres zelf geringschattend sprak als over “de Joden”, wanneer hij degenen bedoelde, die zich hielden aan het geloof van de joden.)

En tussen die twee mannen – van het Eerste Zionistische Congres tot aan de Israëlische Verklaring van de Onafhankelijkheid – was het leeuwendeel van de Zionistische onderneming in het Land van Israël gebouwd op de communistisch-socialistische beweging, die in dit land wortel schoot, die de collectieve gemeenschappen (kibbutzim en moshavim) oprichtte, die water zogen uit de moerassen en water lieten vloeien in de woestijnen om ze tot leven te brengen.
Op het eerste gezicht, was die hele beweging seculier, maar de route was ervoor uitgestippeld door de voetstappen van de mannen van God.

Restaurationisten/Christenzionisten wisten altijd dat God het Joodse volk weer terugbracht naar hun land om hun harten te besnijden. (Jeremia 31:31-34; Ezechiël 36:26)
Spurgeon predikte nooit dat God het Joodse volk weer terug zou brengen naar hun land en hun dan eruit zou verdrijven; hij hield nooit een soort verantwoordingsgrafiek omhoog en zei: “En als de Joden dit niet doen of dat, verliezen ze hun recht van woonplaats en zullen ze nog een keer uit het land verwijderd worden.” Hij zei dit niet – hij verwees daar niet naar, want dat is niet wat er is geschreven in het Woord van God.

Christenzionisme dan. Tot aan het einde van de 20e eeuw stroomde in de stroom van vergemakkelijking als een daad van christelijk geloof de terugkeer van de Joden naar hun land en de terugkeer van het land naar de Joden.
Maar toen kwam de vijand in de weg. En één speciale openbare manier, waarop we zijn onruststokerij hebben gezien is in het gewijzigde officiële beleid van een in Jeruzalem gevestigde organisatie die, toen deze werd opgericht, ze zuiver Christenzionistisch was – de opening van de deuren op zich was de praktische toepassing van Christelijk zionisme, als zodanig.

De oprichters stonden op toen de wereld de wettelijke uitbreiding van de soevereiniteit van Israël over Jeruzalem (die het land heeft teruggenomen in de Zesdaagse Oorlog) verwierp en de herenigde stad als haar eeuwige en onverdeelde hoofdstad verklaard, toen de internationale gemeenschap verenigd de claim van Israël verwierp en die met ambassades in Jeruzalem verhuisden deze uit protest.

Deze organisatie was speciaal in het leven geroepen om de uitbreiding van de soevereiniteit over heel gerestaureerd Jeruzalem te ondersteunen en aan te moedigen. Haar oprichters geloofden, wat geschreven is in het Woord van God.
Dit was haar raison d’être en God zegende haar en ze groeide enorm. En in diezelfde traditie ging ze naar buiten en probeerde de inspanningen van de internationale gemeenschap om dat herstel – om de herverdeling van de stad en het land teweeg te brengen, tegen te houden.

In die stroom ging ik in 1991 naar Madrid als de reporter van deze organisatie, om de eerste Internationale Midden-Oosten Vredesconferentie, die de gehele formule van land voor vrede tussen Israël en de Palestijnse Arabieren op de tafel bracht, te verslaan. Ik maakte een verslag van die conferentie uit een oogpunt van: Dit is verkeerd. Dit vredesproces is een beweging anti-God. Dit is een inspanning van de wereld, die God verwerpt samen, met de wereld, die Allah omhelst, om het werk van God te stoppen en om te keren, wat God heeft gedaan.

Omdat in 1967 toen Israël de Zesdaagse Oorlog won, er geen christenen in de Evangelisch/protestantse hoofdstroom waren die zich afvroegen of dat het God was die het Joodse volk naar Judea en Samaria en Jeruzalem en de Tempelberg terugbracht, vroeg niemand zich dat af.

In 1991 was het daarom de gedachte bij deze organisatie dat God zou gaan strijden voor Israël om het land te houden en dat de wereld zijn vastbeslotenheid versterkte om dat land terug te nemen. Met andere woorden – de strijd werd heviger.
Wij Christenen zouden in opstand komen en onze regeringen verzoeken en weerstand te bieden tegen hun inspanningen dat land te stelen. Want dat is het – het is landroof.

Het is landroof. Het kan worden opgesmukt in een paar resoluties van de Verenigde Naties, maar het is landroof. Wij begrepen dit en we zeiden “dit is tegen God en het is moreel en ethisch failliet”. De Oslo-akkoorden met de met bloed doordrenkte Yasser Arafat en de PLO was een verbond met de dood en het graf – en het was het recept voor een ramp, zowel militair als wat veiligheid betrof en die tot allesbehalve vrede zou leiden. Drieëntwintig jaar later is het nog steeds zelfmoord en het berooft de mensen van hun erfenis. En toen hebben we gezegd: “Nee!”

Wij hebben gezegd, “Nee” en we gingen naar Hebron om de Joden uit Hebron te vertellen, “we staan achter jullie en jullie recht op terugkeer en eisen de oude Joodse stad Hebron, waar Abraham, Isaac en Jacob, de grondleggers van de Israëlische natie – liggen begraven, op als onderdeel van het soevereine Israel.” Zestig bussen reden over de Judese heuvels naar Hebron en we stonden buiten de Grot van Machpela met onze spandoeken en zongen lof aan God en zeiden tot het Joodse volk: “Uw God zegt het… en daarom staan wij achter u.”

En in 1995, toen premier Yitzhak Rabin onderhandelde om Bethlehem aan Yasser Arafat te geven, stonden we buiten het Graf van Rachel en wij een vroegen en wij smeekten Rabin en wij bepleitten met Israël. We zeiden, “geef Bethlehem niet aan de PLO. Geef uw land niet weg.”

Maar vervolgens was er al twijfel geslopen in deze organisatie en het zou uiteindelijk geboorte geven aan een tegenonderwijzing, dat begon het veranderende gezicht van de Christenzionistische politiek te steunen: dat de Joodse mensen niet erg goddelijk leefden en daarom het recht in het land te leven niet verdienden.

Volgens dit onderwijs is Israël zeker nog steeds het land God volgens het verbond aan de Joden (het stelt hierover geen vragen), maar ze zullen niet volledig worden teruggebracht naar het land en ze kunnen zelfs verbeurd worden van verdere delen, omwille van hun ‘ontrouw.’

Met andere woorden, Israëls fysieke recht op het land is tijdelijk afhankelijk geworden van haar geestelijke gedrag – totdat God haar zelf herstelt. En als Hij dat doet, is er geen reden voor Christenzionisten om de strijd om het land voor Israël te strijden. Ze moeten haar op andere manieren steunen.

Een dergelijk standpunt verandert de theologie van Christenzionisme van fysieke terugkeer naar het land om eerst, gevolgd door geestelijk herstel en richt deze theologie de andere kant op.
Dus, in 2005 schokte deze organisatie de foyers van Christenzionisme toen het betoogde dat, omdat het Joodse volk geen recht op woonplaats heeft op grond van hun zondige staat, wij Christenzionisten “niets te zeggen hebben over land voor vrede.”
In de woorden van het leiderschap van de organisatie: “Het is naïef om te staan op het woord van God over het land nagelaten aan Israël, wanneer het volk ontrouw is aan God.”

Deze verschuiving geeft het recht in de handen van de vijand. Begrijpen we niet, kunnen wij – die beweren, dat we geestelijk inzicht hebben en een directe toegang naar de troon van God – niet zien hoe failliet en onrealistisch de verwachtingen zijn die we plaatsen op een Israël, dat – zoals onze christelijke theologie ons leert – Godverblind is voor de geestelijke waarheden, die we omhelzen?

Er waren mompelingen in de zalen over de druk van premier Ariel Sharon op de organisatie om niets te zeggen wat strijdig was met het regeringsbeleid om zich uit de Gazastrook terug te trekken. Of die geruchten waar of niet waar waren, weten alleen de betrokkenen. Maar het resultaat was dat toen Israël begon met het ontwortelen van Joden uit Gaza, de Christenzionistische wereld rustig was; dodelijk stil.

Wij waren rustig gedurende een gevaarlijk lange tijd.

Dus, in plaats van doen zoals zo veel christenen doen – kritiek uitoefenen op de Israëlische regering en haar premier voor het herhaaldelijk buigen onder internationale druk en geen soevereiniteit uit te oefenen over het land van haar geboorterecht – moeten we echt onze diep gevoelde excuses aanbieden aan het volk Israël – en haar leiders.
Het zijn niet zij, die faalden, het zijn wij. En als we blijven falen, kunnen we de woorden van Mordechai aan Esther toepassen: “Als wij op dit moment volledig stil blijven, dan zal er voor de Joden wel van andere zijde redding en uitkomst opdagen, maar wij zullen omkomen. Maar wie weet of wij naar het koninkrijk gekomen zijn voor zo’n tijd als deze?”

Wat iemand zich afvraagt – en het is een vraag die ik aan Premier Netanyahu zou willen stellen – wat denkt hij over hedendaagse Christen-Zionisten? Ik weet, dat hij grote waardering heeft voor alles, wat wij doen voor zijn volk. Hij heeft dit herhaaldelijk en oprecht duidelijk gemaakt. Maar wat denkt hij, nu de stem van geloof in het Woord van God (om het Joodse volk terug te brengen naar het land en het land naar het Joodse volk) stil is geworden – dat we, zoals opeenvolgende Israëlische leiders van zowel de linker- als de rechterzijde van de politiek pragmatisch geworden zijn tegenover de geopolitieke realiteit? Dat we onze opinies over Israëls recht op het land van haar patriarchen veranderd hebben?

Sommigen van ons absoluut niet. Er zijn nog Christenzionisten, die zien dat de achtereenvolgende Israëlische leiders hebben gefaald de betwiste gebieden te annexeren en ze onder Israëlische soevereiniteit te brengen, omdat zij – en Israël – geloven, dat niemand in de wereld hen zal steunen – dat er niemand is, die achter Israël zal staan om een “één staat oplossing’ te verdedigen.

Er zijn inspanningen begonnen om dit te corrigeren, dit te consolideren in de naties en een Christenzionistische stem vóór soevereiniteit te laten horen om Israël aan te moedigen, aanspraak te maken op haar erfenis. Omdat het onze wens is de minister-president en de regering van Israël te versterken en hen aan te moedigen de aanval op hun historische en juridische soevereine rechten door de Verenigde Naties, de Verenigde Staten en Mahmoud Abbas te weerstaan.
Israël moet deze stem weer horen.

Christenzionisten, we moeten naar het slagveld terugkeren en voorop gaan bij de aanval op het land. Wij moeten dit doen en het woord van God zeer goed voor ogen houden als wij Israël aanmoedigen om het Land, dat God bij Verbond gegeven heeft – en aan haar teruggebracht – te bezitten.
Dit is Christenzionisme. Dit is onze roeping.

Stan Goodenough

www.jerusalemwatchman.org