Western Wall

Door Rabbi Yehudah Glick – 14 oktober 2015

“Het is moeilijk voorstelbaar dat er ook maar één Israëlische krant een opiniestuk zou plaatsen waarin de deelnemers aan de Pride Parade beschuldigd werden van de moord op Shira Banki (een 16-jarige Israelisch meisje dat begin augustus 2015 werd neergestoken tijdens de Gay Pride in Jeruzalem – PoF). Je kunt stellen dat met de verhoogde gevoeligheid in Jeruzalem en de potentieel explosieve situatie, het houden van een Pride Parade in de straten van de stad neerkomt op een provocatie en dat de organisatoren van het evenement hun handen niet in onschuld kunnen wassen wat betreft de dood van het jonge meisje.

Waarom kunnen we, als we het hebben over de rechten van de deelnemers aan de Gay Pride Parade, van harte en zonder aarzelen de moordenaar zelf (en in het uiterste geval, misschien het gezin waarin hij opgroeide) de schuld geven, maar als het gaat om de rechten van Joden om de Tempelberg te bezoeken, het volkomen accepteren dat tot geweld wordt opgeroepen tegen de bezoekers?

Yehuda_Glick_by Amitay Salomon_Wikimedia_CC BY-SA 3-0 Yehuda Glick

De waarheid moet gezegd, want het is zo klaar als een klontje en het moet worden gezegd zonder zich te verschuilen achter verschillende “politiek correcte” verontschuldigingen: de vol van eigenbelang Arabische propaganda slaagt er herhaaldelijk in, net als het varken dat zijn gespleten hoeven uitsteekt om te bewijzen hoe koosjer hij is, het grote publiek te overtuigen van een leugen, waarin geen greintje waarheid zit.

De strijd voor de mensenrechten op de Tempelberg is legitiem en gerechtvaardigd als geen andere. Er is geen andere plek in de wereld waar een individu kan worden gearresteerd op verdenking van het bewegen van zijn lippen. De discriminatie van niet-moslims is ten hemel schreiend op de Tempelberg.

Deze strijd wordt gevoerd op een wijze die gepast is voor mensen in een democratisch land, met gebruikmaking van de juridische instrumenten die ter beschikking staan van de burgers: de rechtbanken, de (sociale) media, de politieke arena, publieke opinie, publiek protest en zo voort. Er is niets legitiemer in een vrij land dan te werken aan het veranderen van de status quo, als dat gedaan wordt met juridische middelen.

Dit is niet alleen de strijd van de Joden. Miljoenen christelijke toeristen uit de hele wereld bezoeken Israël elk jaar, met de Bijbel in de hand en ook zij kunnen niet begrijpen waarom de heiligste plaats op aarde, volgens het Boek der Boeken, wordt beheerd door extremistische vertegenwoordigers van één religie, die gewelddadige middelen gebruiken, waaronder feitelijke terreur, om het publiek angst aan te jagen.

Zelfs de meeste moslims wereldwijd kunnen het niet begrijpen. Ons standpunt wordt ondersteund door duizenden moslims in de Verenigde Staten en Europa en landen zoals Turkije.

Maar hier, zo lijkt het, aanvaarden de meeste Israëli’s de racistische veronderstelling dat Arabieren van nature niet in staat zijn om zichzelf te beheersen en niet anders dan gewelddadig kunnen zijn. Ze hebben geen keuze in deze zaak, en als ze een Jood zien, die ver van de moskee vrij ronddoolt, in een gebied 25 maal zo groot als de Kotel plaza, moeten ze reageren met geweld en terreur. We moeten het kind bij de naam noemen – hier is sprake van ongerechtvaardigde ophitsing tegen gezagsgetrouwe individuen, die bezig zijn met een rechtmatig protest.

Om deze bewering te onderbouwen, is het van belang om naar de realiteit op de Tempelberg te kijken:
Iedereen die beweert dat de (heilige?) status quo op de Tempelberg sinds 1967 onveranderd is gebleven, kent de realiteit niet. Als het gaat om de Tempelberg, is er geen term die meer te pas en te onpas wordt gebruikt dan “de status quo”. Toch is op de Berg de status quo nog geen dag hetzelfde geweest. Hier zijn slechts een paar voorbeelden:
In de loop der jaren hebben moslims gevoelige locaties beschadigd, vol met archeologische overblijfselen, en ook twee nieuwe moskeeën gebouwd, zonder vergunning.

De Tempelberg was altijd gewoon op Sabbat (zaterdag) open voor niet-moslimbezoekers, tot 2003 toen die regeling werd opgezegd. Dat was ook het geval met toeristische bezoeken aan de daar gelegen moskeeën, wat algemeen wel toegestaan is in andere moskeeën in de wereld.

Joden mochten tot twee jaar geleden, net als andere toeristen, de Tempelberg bezoeken in groepen van maximaal 100, maar in het afgelopen jaar heeft de politie een idiote limiet van maar 15 Joden per groep afgedwongen. Elke groep moet een uur zitten wachten, onbeschut in de zon, tot de vorige groep haar bezoek heeft beëindigd.

Na de Zesdaagse Oorlog werd het de Joden verboden groepsgewijs te bidden op de Tempelberg, maar er waren geen beperkingen op het meebrengen van religieuze voorwerpen. Na verloop van tijd is de zaak uitgegroeid tot een obsessie, van het verbieden van religieuze voorwerpen tot het doorzoeken van portemonnees van bezoekers naar kleine gedrukte gebeden, vrouwen die worden gedwongen om oorbellen in de vorm van menora’s te verwijderen en het arresteren van een Jood op verdenking van het mompelen van een gebed.

Terwijl de Israëlische politie een oogje dicht deed, heeft de Islamitische Beweging in de afgelopen vijf jaar de controle over de Tempelberg overgenomen door de activiteiten van de Mourabitat en Mourabitoun, groepen die heftig reageren op iedereen die zij niet goedkeuren, of die persoon een Jood is, een Christelijke toerist, of zelfs een vertegenwoordiger van de Jordaanse of Palestijnse Autoriteit die ze niet mogen. Het begon met geschreeuw, vervolgens intimidatie en lynchpogingen en ging verder met het gooien van stoelen, schoenen of stenen, tot het stadium bereikt werd van het gooien van rotjes.

Ik deed alles wat in mijn macht ligt om dit bloedvergieten te voorkomen.

Ik kon tientallen andere voorbeelden hebben aangevoerd van inbreuken op de status quo, die elke dag plaatsvinden tegen niet-moslims. Dus wat bedoelen de Arabieren, wanneer ze deze dagen roepen dat Israël “het dúrfde” om de status quo te doorbreken?

Nú hebben ze gelijk. Vlak voor het Joodse Nieuwjaar besloot de Israëlische politie, onder leiding van de nieuwe minister Gilad Erdan, om de status quo die de afgelopen drie jaar van kracht was, te veranderen. Een status quo, waarbij vóór de Joodse feestdagen, de moskeeën al werden veranderd van gebedshuizen in wapenopslagplaatsen. Dit dwong de politie ertoe om Joden de toegang tot de Tempelberg te ontzeggen.
Bovendien blokkeerde de politie, als een preventieve maatregel, de komst van bussen die waren gehuurd door de Islamitische Beweging, waarvan de passagiers waren gekomen met als enige doel het met geweld “beschermen” van de heilige plaats tegen de Joodse “vijand”. Dit is de status quo die de politie durfde te verstoren. Dit en niets anders is de reden voor de recente golf van geweld.

Maar zijn we, na dit alles, misschien nog steeds schuldig?

Het eenduidig antwoord is dat we niet alleen niet schuldig zijn, maar dat wij als enigen verantwoordelijk genoeg zijn om op te roepen tot een onmiddellijke einde aan alle geweld, dat in toenemende mate op de Tempelberg plaatsvindt.
Mijn vrienden en ik smeekten de politie om op te treden, toen de zaak nog in het stadium van schelden verkeerde. We schreven brieven aan iedereen die we konden schrijven, wendden ons tot de media en de commissies van de Knesset, de kantoren van verschillende ministers en veiligheidsfunctionarissen, om uit te leggen dat als de situatie niet op tijd werd aangepakt terwijl het nog sudderde, het zou ontbranden en op ernstig geweld zou uitlopen. Onze roep was tegen dovemansoren gericht.

De politie maakte ons op elk mogelijk podium belachelijk. Ze maakten ons uit voor provocateurs, opruiers en angsthazen. Ze vertelden ons, dat net zoals het geweld ons stoort, onze aanwezigheid op de Tempelberg de Arabieren stoort. Het is als een vrouw die bij de politie klaagt dat haar man haar slaat en de politieagent antwoordt: “Je moet begrijpen, dat zoals zijn afranselingen jou storen, jouw gezicht hem stoort.”

En nu, terwijl alles wat wij voorspelden voor onze ogen gebeurt, stappen onverantwoordelijke mensen naar voren die het lef hebben ons te beschuldigen en tegen ons op te hitsen omdat wij dit bloedvergieten zouden veroorzaken. Ik werp deze bewering ver van mij en zeg met absolute zekerheid: wij zijn onschuldig. Niet alleen zijn we onberispelijk, maar ik zal op een dag met een schoon geweten voor mijn Schepper staan en Hem vertellen: Ik deed alles wat in mijn macht lag om dit bloedvergieten te voorkomen.
De enige schuld die ik bereid ben te accepteren is, dat ik niet genoeg heb gedaan om meer Joden naar de Tempelberg te brengen om het publiek te laten wennen aan het feit, dat de Joden een natuurlijk onderdeel zijn van omgeving van deze plek.
Ondanks dit alles blijven we een beroep doen op de minister-president om een speciale commissie in te stellen om de zaak en de gevolgen daarvan te onderzoeken, net als de Shamgar Commissie, die het bloedbad bij het Graf van de Aartsvaders onderzocht en richtlijnen opstelde om wrijving op deze plaats te voorkomen, richtlijnen die al twintig jaar met succes zijn gehandhaafd.

Bron: www.breakingisraelnews.com

vertaling: A.L. Monster

Artikel trefwoorden: /