artikel zweden

Dit artikel werd gepubliceerd door het Gatestone Institute.

Het lijkt erop dat vrijwel alles dezer dagen verkeerd gaat voor de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken. Margot Wallström, van de Sociaaldemocratische Partij, beklom met veel tamtam de post van minister van Buitenlandse Zaken in het najaar van 2014. Ze had een volledig nieuw concept geïntroduceerd: een feministisch buitenlands beleid.

Door Ingrid Carlqvist

In de verklaring over de buitenlandse politiek van 2015, beweerde ze “Nu wordt een feministisch buitenlands beleid geformuleerd, waarvan het doel is de bestrijding van discriminatie van vrouwen, de verbetering van de omstandigheden voor vrouwen en de bijdrage aan vrede en ontwikkeling.”

Nu, een jaar later, weten we de uitslag: “Feministisch buitenlands beleid” gaat niet zozeer over het beschermen van de belangen van vrouwen, aangezien het gaat over het vleien van de Arabische staten en de Palestijnen – en het voortdurend aanvallen van Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten.

Zvi Mazel, de Israëlische ambassadeur in Zweden van 2002-2004, schreef op 14 december voor het Jerusalem Center for Public Affairs:

“De Zweedse Sociaaldemocratische Partij staat niet bekend om zijn sympathie voor Israël. Het huidige duo dat de leiders zijn, premier Stefan Löfven en minister van Buitenlandse Zaken Margot Wallström, zijn zich echter te buiten gegaan en voeren een systematische campagne tegen Israël… Hoewel de erkenning van een Palestijnse staat een voortzetting was van het vijandige beleid van Zweeds ‘links’ tegen Israël, was het ook gericht op de grote islamitische minderheid in het land – die ongeveer 700.000 mensen omvat – met het doel bij de volgende verkiezingen de islamitische kiezers over te halen op de partij te stemmen. Tijdens mijn diplomatieke ambtstermijn in Zweden in de vroege jaren 2000, waren al mijn pogingen om een ​​dialoog met die partij te voeren tot dovemansoren gericht… de betrekkingen van de twee landen zijn veranderd in een cyclus van woordenwisselingen.”

Heeft ambassadeur Mazel gelijk? Laten we eens kijken naar wat de Zweedse regering en de huidige minister van Buitenlandse Zaken, hebben gezegd en gedaan.

Op 30 oktober 2015 was er de eenzijdige erkenning van Palestina als een soevereine staat. Op dezelfde dag, dat de regering haar besluit maakte, publiceerde de Zweedse krant Dagens Nyheter, een opiniestuk van Wallström:

“De erkenning van vandaag is een bijdrage tot een betere toekomst voor een regio, die al te lang werd gekenmerkt door bevroren onderhandelingen, vernietiging en frustratie. Door onze erkenning willen we in de eerste plaats de gematigde krachten onder de Palestijnen steunen: degenen die zijn ingesteld om de complexe vorming van een Palestijnse staat te leiden en degenen die op het punt staan om naar de onderhandelingstafel terug te keren.

Ten tweede willen we een akkoord vergemakkelijken, door de twee partijen in de onderhandelingen meer gelijk te maken. Het doel voor Israël en Palestina is, te bestaan ​​binnen wederzijds erkende grenzen, op basis van de grenzen van 1967 en Jeruzalem als de hoofdstad van twee staten, het alleen toestaan van het omruilen van ​​land als beide partijen erover onderhandelen.

Ten derde, hopen we bij te dragen tot het geven van meer hoop en geloof in de toekomst van de jonge Palestijnen en Israëli’s, die anders radicalisering riskeren in de overtuiging, dat er geen alternatieven zijn voor geweld en de status quo.”

De reacties kwamen onmiddellijk. Zodra premier Löfven zijn verklaring over het Regeringsbeleid maakte en het voornemen van de bedoeling van zijn nieuwe regering van de erkenning van Palestina openbaar maakte, riep het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken de Zweedse ambassadeur in Israël om tegen de beslissing te protesteren en de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Israël, Avigdor Liberman, was openlijk kritisch. Dezelfde avond, kwam het bericht, dat Israël zijn huidige ambassadeur, Isaac Bachman, naar Israël terug zou roepen. Liberman zei zelfs dat hij overwoog de ambassade in Stockholm permanent te verwijderen, en daardoor de diplomatieke banden van Israël met Zweden in rang te verlagen. Deze stap is echter niet genomen.

Israël had zijn mening over Wallström in januari 2015 al duidelijk getoond, toen zij naar Israël moest reizen voor een congres ter nagedachtenis aan Raoul Wallenberg en ook de minister van Buitenlandse Zaken Liberman en premier Benjamin Netanyahu wilde ontmoeten. De Israëlische leiders wilden Wallström echter niet zien en weigerden haar diplomatieke geloofsbrieven.

“Een krachtige verklaring door de Israëli’s,” zei Per Jönsson, Midden-Oosten deskundige bij het Zweedse Instituut voor Buitenlands Beleid (Utrikespolitiska Institutet). “Ze werd niet behandeld als een minister van Buitenlandse Zaken van een soevereine regering. Het is veel meer dan alleen een symbolisch gebaar, dit is Israël, dat actie ondernam,” vertelde Jönsson het dagblad Svenska Dagbladet. Volgens de krant had de Israëlische regering aan Zweden de boodschap overgebracht, dat de enige manier om de betrekkingen tussen Zweden en Israël te ontdooien de verontschuldiging door Zweden voor de erkenning van Palestina was – of als er een nieuwe regering aan de macht kwam.

Blijkbaar vond het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken de hele affaire zo gênant, dat het besloot te doen alsof Wallström haar reis wegens tijdgebrek moest annuleren.

De erkenning van Palestina oogstte ook massale kritiek in Zweden. Het Comité van de Zaken betreffende de Europese Unie bekritiseerde de regering over het niet toestaan, dat ​​het Parlement over de kwestie stemde en de oppositiepartijen noemden de erkenning “haastig, onevenwichtig en onhandig behandeld om te starten.” De woordvoerder voor liberaal buitenlands beleid, Birgitta Ohlsson, zei dat de beslissing “voortijdig” was, want het legitimeert Hamasterreur. Midden-Oosten expert Per Jönsson wees erop, dat het niet gebruikelijk is om een ​​staat te erkennen, die zijn gebied niet volledig bestuurt.

Natuurlijk was de Palestijnse president Mahmoud Abbas erg blij. Hij kreeg een telefoontje van premier Stefan Löfven, die de beslissing aankondigde. Abbas vertelde de dagelijkse roddelkrant Aftonbladet: “Zweden is een pioniersland, ik hoop dat andere landen in Europa kleur zullen bekennen.”

Op 15 februari 2015, toen Abbas Zweden bezocht, barstte de kritiek opnieuw los. Karin Ernström, vicevoorzitter van de commissie voor Buitenlandse Zaken, zei te vinden dat Zweden een gezamenlijk EU-besluit zou moeten hebben afgewacht, alvorens unilateraal te beslissen om Palestina te erkennen. Ze merkte ook op, in een interview tijdens het bezoek van Abbas, dat zij “ervan uitgaat, dat Zweden van deze gelegenheid gebruik maakt om de Palestijnse leiders onder druk te zetten.” Een dergelijke druk was tot nu toe niet zichtbaar.

Veel mensen in Zweden voelen nu, dat als Zweden Palestina kan erkennen, waarom ze dan niet hetzelfde doen met de Westelijke Sahara, een betwist gebied, dat 40 jaar geleden eenzijdig door Marokko werd geannexeerd? Is een dergelijk besluit geen bespotting voor het “feministische buitenlands beleid?” Of zou het kunnen zijn, dat Marokko een islamitisch land is en dat de feministische Wallström landen zoals deze niet wil beledigen? Zeker niet na een debacle in 2015, toen Wallström Saoedi-Arabië bestempelde als een dictatuur met middeleeuwse wetten en vrouwenonderdrukking. Deze verklaring voor het Parlement kwam als een reactie op de veroordeling van de Saoedische blogger Raif Badawi tot tien jaar in de gevangenis en 1.000 zweepslagen, op beschuldiging van “belediging van de islam.”

Veel Zweden waren in die tijd aangenaam verrast door de verklaring van Wallström en dachten dat misschien dit “feministische buitenlands beleid” ding uiteindelijk niet zo slecht was. In de islamitische wereld werd haar verklaring echter met grote woede ontvangen. De Organisatie van Islamitische Samenwerking, OIC, schreef op haar website: “In haar opmerkingen, degradeerde mevrouw Wallström Saoedi-Arabië en de sociale normen, justitie en politieke instellingen van dat land.”

Wat Wallström blijkbaar niet begreep toen ze het Saoedische rechtssysteem aanviel, is dat het is gebaseerd op de Sharia, het islamitische rechtssysteem. En men bekritiseert dit niet ongestraft, zoals een minister van Buitenlandse Zaken zou moeten weten. Dus in plaats van vast te houden aan haar oorspronkelijke argumenten, die feitelijk natuurlijk juist waren, brak wilde paniek uit bij de overheidskantoren. De perssecretaris van Wallström, Erik Boman, haastte zich met te beweren dat zijn baas niet had bedoeld, dat haar verklaring zou worden opgevat als een vorm van kritiek op de islam. “We hebben het grootste respect voor de islam”, zei Boman. “Zweden waardeert de goede betrekkingen met de islamitische wereld.”

Wallström zelf hield een toespraak in het Europees Parlement om weer in de gunst te komen. Ze prees Saoedi-Arabië en zei, dat de koning de hoeder is van de twee belangrijkste moskeeën in de islam en benadrukte, dat veel Zweden daar elk jaar op bedevaart gaan. Het einde van haar toespraak deed de mensen opnieuw naar adem snakken: “Om enkele van de beweringen, die in omloop zijn aan te pakken, wil ik alleen maar het volgende zeggen: We hebben het grootste respect voor de islam als een wereldreligie en voor haar bijdragen aan onze gemeenschappelijke beschaving…. Zweden waardeert onze goede relaties met de moslimwereld. Veel Zweden zijn moslims en ze geven natuurlijk waardevolle bijdragen aan onze maatschappij.”

Björn Norström, een Amerikaanse schrijver, onthulde op de alternatieve mediasite, Avpixlat, dat hij aan het ministerie van Buitenlandse Zaken had geschreven en daarbij vroeg om “concrete voorbeelden van de manier, waarop de islam heeft bijgedragen aan de beschaving als het gaat om de mensenrechten, de wetenschap, de industrie, de democratie en het staatsbestel sinds de Middeleeuwen.” Hij ontving geen voorbeelden, meestal gewoon losse beweringen en een verwijzing naar de vaak weerlegde “1001 Uitvindingen, de blijvende erfenis van de islamitische beschaving.”

De islamitische wereld was niettegenstaande dit nog boos op Wallström, ondanks haar vriendelijke woorden over de islam. Saudi-Arabië riep zijn ambassadeur uit Stockholm naar huis en besloot om nieuwe werkvisa voor Zweedse burgers op te schorten. De Saoedi’s verhinderden ook, dat Wallström een toespraak zou houden op een vergadering van de Arabische Liga in Caïro op 9 maart.

De storm nam niet af, totdat de Zweedse koning Carl XVI Gustaf aanbood om te helpen om namens haar bij de Saoedische koning te bemiddelen. Op 28 maart, hield Wallström een persconferentie en straalde van blijdschap, toen ze verslaggevers vertelde, dat de betrekkingen van Zweden met Saoedi-Arabië nu goed waren: “Ik ben zeer verheugd te kunnen aankondigen, dat we onze relaties direct kunnen normaliseren en dat we in staat zijn om de Saoedische ambassadeur in Zweden terug te verwelkomen. Het is zeer bevredigend, dat we in staat waren het misverstand, dat we de wereldreligie islam beledigden, op te helderen.”

We zullen nooit weten hoe relaties precies werden “genormaliseerd.” Wat we wel weten is, dat de gezant voor de Zweedse regering, sociaaldemocraat Björn von Sydow, een audiëntie werd verleend met het Huis Saud, onder leiding van Koning Salman bin Abdul Aziz en prins Mohammed bin Salman Al Saud. Von Sydow leverde twee brieven af, één van de Zweedse koning en één van premier Stefan Löfven. Beide brieven blijven geheim.

Kort na de recente terroristische aanslagen in Parijs, op 13 november 2015 voelde Wallström opnieuw behoefte om haar minachting voor Israël uit te drukken. In een interview met de Zweedse Publieke Televisie, SVT, werd haar gevraagd: “Hoe bezorgd bent u over de radicalisering van jonge mensen in Zweden, die ervoor kiezen om voor ISIS te vechten?” antwoordde Wallström:

“Ja, natuurlijk hebben we een reden om ongerust te zijn, niet alleen hier in Zweden, maar over de hele wereld, omdat er zo veel mensen zijn, die worden geradicaliseerd. Ook hier kom je terug in situaties, zoals die in het Midden-Oosten, waar niet het minst de Palestijnen zien, dat er geen toekomst voor ons (de Palestijnen) is, we moeten ofwel een wanhopige situatie accepteren of toevlucht nemen tot geweld.”

Dit vreemde verbinden van de aanslagen van Parijs met Israël veroorzaakte een nieuwe diplomatieke crisis tussen Israël en Zweden. Nogmaals werd de Zweedse ambassadeur in Israël opgeroepen voor een ​​vergadering op het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken en gewaarschuwd, dat de verklaring van de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken “verschrikkelijk onbeschaamd” leek.

De week daarvoor had het dagelijkse roddelblad Expressen bekendgemaakt, dat de Zweedse diplomaten niet langer in Israël werden verwelkomd op de manier, waarop Zweden zou willen. Zo werden hun reisvergunningen geweigerd om de Gazastrook te bezoeken – documenten, waar andere landen blijkbaar geen probleem mee hebben om die te verkrijgen.

Een paar dagen na het schandalige interview van Wallström, postte de taalkundige Susanne Sznajderman-Rytz op haar Facebook-pagina:

”De Joden voeren een campagne tegen mij.” Dat was het antwoord, dat ik kreeg van Margot Wallström, toen ik toevallig de dag na de aanslagen van Parijs haar tegen kwam en haar vertelde, dat veel van mijn joodse vrienden echt beledigd waren door wat ze (SVT studiopresentator) Claes Elfsberg eerder die ochtend vertelde.”

Weer was Wallström gedwongen zich uit te leggen. Haar perssecretaris beweerde ronduit, dat Sznajderman-Rytz de hele zaak had verzonnen. Maar Sznajderman-Rytz hield vast aan haar verhaal. Ze vertelde dit de alternatieve mediawebsite Nyheter Idag,

“Laat me je vertellen wat ik doe in mijn dagelijks beroepsleven. Ze wist dit niet, maar ik onderwijs mensen in communicatie en schrijven. Professioneel werk ik met het begrijpen van wat mensen zeggen, hoe ze handelen en of alles wat er gebeurt op dat moment correct geciteerd is.”

Begin december hadden twee leden van het Parlement, Mathias Sundin van de liberalen en Kent Ekeroth van de Zweden Democraten Wallström gevraagd uit te leggen, waarom ze de ongebreidelde Palestijnse mes-aanvallen tegen de burgerbevolking van Israëli niet met zo veel als één lettergreep had veroordeeld. Het daaropvolgende debat eindigde met de opmerking van Wallström, dat ze de Palestijnse president Mahmoud Abbas onvoorwaardelijk vertrouwt, want hij vertelde haar dat hij vrede wil en zij hem gelooft hem. Ze richtte ook nieuwe beschuldigingen tegen Israël, dat volgens Wallström, zich bezighoudt met ‘buitengerechtelijke executies.”

Mathias Sundin schreef in een opiniestuk in Aftonbladet:

“Toen ik erop wees, dat de Israëlische politie de aanvallen met messen behandelde volgens hetzelfde principe, dat de Zweedse politie gebruikte tijdens de aanval van de school in Trollhättan, door op het lichaam te richten om de aanvaller snel te stoppen, schudde de minister van Buitenlandse Zaken een paar keer haar hoofd. Het was in antwoord op deze verklaring, dat Wallström zei, dat de reactie geen buitengerechtelijke executies moeten zijn.

Ook al is het duidelijk wat ze eigenlijk bedoelt, weigeren zij en de regering om zich te verontschuldigen. Hun verdedigingstactiek – die over het feit, dat het een misverstand is – bevat geen verontschuldiging zelfs door onduidelijk te zijn, maar eerder een nieuwe aanval tegen Israël. Helaas, is dit volledig in lijn met het eenzijdige beleid van de overheid…. Het is een schande voor Zweden een ​​minister van Buitenlandse Zaken te hebben, die zodra ze haar mond opent een diplomatieke crisis creëert en die zich zo eenzijdig met antidemocratische krachten tegen Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten, verbindt. “

Kent Ekeroth was benieuwd, hoe Wallström president Abbas en zijn Fatah-partij beschouwt. De minister van Buitenlandse Zaken antwoordde:

“De overheid steunt de gematigde krachten in Palestina, de overheid ondersteunt de Palestijnse Autoriteit en anderen, die het recht van Israël erkennen om te bestaan ​​en streven naar een diplomatieke oplossing van het conflict, die het voor Israël en Palestina mogelijk maken zij aan zij met vrede en veiligheid te leven. Ik vind, dat president Abbas het tot het doel van zijn leven heeft gemaakt de weg van het geweld te vervangen door een diplomatieke strijd om de Israëlische bezetting van Palestina te beëindigen. Ik heb ook opgemerkt, dat president Abbas, afgezien van zijn veroordeling van het terrorisme, zich ook heeft uitgesproken tegen kreten voor gewelddadig verzet tegen de Israëlische bezettingsmacht.”

Ekeroth antwoordde:

“Wallström portretteert Abbas als een pacifist, die het terrorisme heeft afgekeurd. Hij zou terrorisme kunnen veroordelen, wanneer het Franse burgers zijn, die worden gedood, maar als het Israëli’s zijn, die gedood worden, zijn er geen problemen. Hij heeft geen enkele van de moordenaars van 20 Israëli’s tijdens de laatste paar maanden veroordeeld. Integendeel, velen van de leiders van de Palestijnse Autoriteit en Fatah hebben de moordenaars verheerlijkt. Een lid van de Centrale Raad van Fatah vertelde de Palestijnse TV in oktober, dat hij allen, die de aanslagen hebben uitgevoerd, feliciteert. Hij is trots op hen en dacht, dat aanvallen met een mes in de Palestijnse scholen onderwezen zou moeten worden. Uw eigen ‘golden boy’ Mahmoud Abbas zei in september met betrekking tot het geweld tegen Israëliërs, het volgende: ‘We zegenen elke druppel bloed, die in Jeruzalem vergoten wordt’ en we weten dat elke Palestijnse moordenaar, die door Israël wordt aangehouden, door de Palestijnse Autoriteit wordt beloond. Dus hoe kan Wallström beweren, dat hij het terrorisme hekelt, als hij het daadwerkelijk beloont met geld van de Zweedse belastingbetalers?

Wallström is ofwel onwetend over Abbas’ viering van en beloningen voor moordenaars, of zij liegt. Geen enkele van de alternatieven is erg vleiend. Daarom wil ik twee vragen stellen: Is Wallström zich bewust van de lof die het terrorisme krijgt? Is Wallström op de hoogte van de beloningen, die aan terroristen betaald worden? Ja of nee?”

Wallström antwoordde, dat ze zeker “alle gewelddaden, ongeacht of ze door Palestijnen of Israëli’s worden uitgevoerd, veroordeelt en ik heb de nadruk gelegd op het belang van het voor de rechter brengen van de verantwoordelijken en het niet betrokken zijn bij buitengerechtelijke executies.”

Wallström dacht verder, dat men niet moet proberen te interpreteren of te vertalen wat Abbas zegt, omdat er zoveel verschillende manieren zijn om dit te doen. “Ik denk niet, dat we dat moeten doen, het belangrijkste is, dat we geweld veroordelen en ikzelf heb gehoord, dat Abbas dit deed, dus ik weet, dat hij geweld verwerpt.”

Ekeroth schoot terug: “Niemand mag terroristen met erkenning belonen en men mag hen niet betalen met het geld van de Zweedse belastingbetaler.” Hij toonde vervolgens een aantal afdrukken van de officiële Facebook-pagina van Fatah, waar vermoorde Israëli’s worden weergegeven en de moorden laten zien, die gevierd worden. “Je moet begrijpen, dat Abbas twee talen spreekt – één voor goedgelovige (Westerse) politici, waar hij zegt, dat hij vrede wil en een andere tegen de Palestijnen, waar hij terreur aanmoedigt, verheerlijkt en beloont. Wallström moet stoppen te luisteren naar wat Abbas haar vertelt en in plaats daarvan beginnen te luisteren naar wat hij zijn eigen volk vertelt.”

Op 11 januari 2016 gebeurde het weer. Ze zei in het parlement, dat ze “een grondig en geloofwaardig onderzoek wil naar de vraag of Israël buitengerechtelijke executies heeft gebruikt tijdens de laatste maanden van geweld, mes-aanvallen en botsingen tussen Israëli’s en Palestijnen.”

De verklaring veroorzaakte een sterke reactie in Israël. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, veroordeelde Wallström in een ongewoon sterk geformuleerde verklaring en zegt, dat haar “onverantwoordelijke en uitzinnige verklaringen steun geven aan terrorisme en geweld aanmoedigen.” De minister voor Technologie en Ruimtevaart, Ofir Akunis, ging verder en stelde dat, er in plaats daarvan, een onderzoek zou moeten zijn over de vraag “hoe een vrouw, die zo’n hekel heeft aan Israël werd gekozen en nog steeds de rol vervult van minister van Buitenlandse Zaken van Zweden.”

* * *

Veel Zweden hadden een groot gevoel van secundaire schaamte toen de regering, met Wallström in de voorhoede, zijn militaire “hulppakket” aan Frankrijk aanbood. Zweden is door het Verdrag van Lissabon gebonden andere EU-landen getroffen door een terroristische aanslag te helpen. Een verzoek om hulp was uit Frankrijk gekomen, een paar dagen na de terreuraanslagen van 13 november. De meeste deskundigen waren het erover eens, dat de meest natuurlijke zaak die Zweden zou kunnen doen, zou zijn om JAS39 Gripen straaljagers te sturen, een geavanceerd Zweeds jacht- en verkenningsvliegtuig, dat echt nuttig zou kunnen zijn in bijvoorbeeld Syrië. Maar dit gebeurde niet.

Alles wat de overheid blijkbaar kon opbrengen waren een paar extra vlieguren in Afrika, een paar stafofficieren en een Hercules transportvliegtuig. Wallström verklaarde het gebrek aan Gripen vliegtuigen: “De belangrijkste reden is, dat dit een grijs gebied is in het internationale recht. Dat kan veranderen, als er een duidelijk mandaat van de VN komt. Maar tot nu toe, is het onduidelijk, hoever het internationaal recht gaat…”

De Zweedse oppositiepartijen waren genadeloos in hun kritiek. CDA defensie woordvoerder Mikael Oscarsson noemde het aanbod “zinloos.” Hans Wallmark van de Conservatieve Partij noemde het “onvoldoende” en waarschuwde, dat als Zweden in de toekomst werd aangevallen, het geen groot aanbod hulp zou kunnen verwachten. Allan Widman van de Liberale Partij zei, dat hij geloofde dat dit “een grote teleurstelling voor de Fransen” was. Er waren zelfs geruchten over meningsverschillen binnen de regering, tussen Wallström en de minister van Defensie Peter Hultqvist, die vermoedelijk JAS39 Gripen jets wilde sturen, maar die door Wallström werd overruled.
“Vandaag schamen we ons”, schreef columnist Alexandra Ivanov in het dagblad Svenska Dagbladet. “Wat er is gebeurd, is dat Zweden ervoor heeft gekozen om geen verantwoordelijkheid te nemen. Op een dag zullen we ons er bewust van worden, wat er gebeurt met degenen, die alleen maar nemen en nemen, maar nooit teruggeven.”

Op eerste kerstdag, 25 december, publiceerde Aftonbladet een overzicht van hoe het Zweedse volk de ministers van de regering rangschikte. Zoals te verwachten was de minister die het meest de gunst van het volk verloor: Margot Wallström.

Ingrid Carlqvist is journalist en auteur gevestigd in Zweden, en een Distinguished Senior Fellow van het Gatestone Institute.

Artikel trefwoorden: /