Door Ted Belman: “Het zijn de VN, die de wet schenden en de bestaande overeenkomsten, alsmede de feiten negeren. Er wordt ook een beroep gedaan op wetten, die niet bestaan”

Newt Gingrich zei: “De Palestijnen zijn een verzonnen volk.” Waarom?
In 1964 werd de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie opgericht om Palestina te bevrijden door middel van gewapende strijd. Maar het duurde jaren om het idee van een Palestijns volk te kristalliseren. In 1967 werden ze niet als zodanig erkend, noch werden ze beschouwd als een partij in het conflict.

Resolutie 242 van de Veiligheidsraad, die na de oorlog in 1967 werd aangenomen, maakte van hen geen melding.
De Verenigde Staten bevorderde als een kwestie van beleid, de PLO als de vertegenwoordiger van het Palestijnse volk en dwong Israël hen in de vredesbesprekingen te accepteren tijdens de Conferentie van Madrid in 1991.

In 1993, ondertekende Israël samen met hen de Beginselverklaring over Interim Zelfbestuur Regelingen (Oslo I) en in 1995 de interim-overeenkomst over de West Oever (Oslo II), maar deze akkoorden maakten er geen melding van hen een staat te geven.

Verwonderlijk genoeg gaf President George W. Bush het eerste officiële teken over zijn visie voor een staat in zijn toespraak van 2002. Deze toespraak kwam tot stand als reactie op een enorme druk uit Saoedi-Arabië, dat de oprichting van een dergelijke staat eiste. Zelfs werd als voorwaarde gesteld, dat de Palestijnse Arabieren terreur zouden bestrijden en het niet zouden helpen of het zouden aanstoken. In feite, waren er veel andere randvoorwaarden voor de oprichting van de staat. Maar de VS en de wereld vergaten snel de randvoorwaarden en gingen door met het idee, dat de Palestijnse Arabieren recht hadden op een staat.

Daarna in 2004, zond Bush een zeer belangrijke brief met garanties naar premier Sharon om zijn plannen voor terugtrekking te ondersteunen.
“De Verenigde Staten zal haar uiterste best doen om elke poging van iemand om een ander plan op te leggen te voorkomen. Op grond van de roadmap (het stappenplan), moeten de Palestijnen een onmiddellijke stopzetting van gewapende activiteit en alle vormen van geweld tegen Israëli’s waar dan ook op zich nemen en alle officiële Palestijnse instellingen moeten opruiing tegen Israël beëindigen. De Palestijnse leiders moeten resoluut optreden tegen het terrorisme, met inbegrip van duurzame, gerichte en doeltreffende operaties om het terrorisme te stoppen en terroristische capaciteiten en infrastructuur te ontmantelen. Palestijnen moeten een veelomvattende en fundamentele politieke hervorming ondernemen, die een sterke parlementaire democratie en een bevoegde premier insluit”.

“Ten tweede, zal er geen veiligheid voor de Israëli’s en de Palestijnen zijn, totdat zij en alle staten in de regio en daarbuiten, gezamenlijk optreden om het terrorisme te bestrijden en terroristische organisaties te ontmantelen. De Verenigde Staten herhalen hun standvastige inzet voor de veiligheid van Israël, met inbegrip van veilige, verdedigbare grenzen en het behoud en de versterking van het Israëlische vermogen om af te schrikken en zichzelf te verdedigen, door zichzelf, tegen iedere bedreiging of mogelijke combinatie van bedreigingen. [..]

“Als onderdeel van een definitieve vredesregeling, moet Israël veilige en erkende grenzen hebben, die voort moeten komen uit de onderhandelingen tussen de partijen in overeenstemming met resoluties 242 en 338 van de VN-Veiligheidsraad.”

In deze brief, die neerkwam op een overeenkomst, compromitteerde Bush de Verenigde Staten om te voorkomen dat enig ander plan kon worden opgelegd. Hij compromitteerde de VS ook om de veiligheid van Israël te handhaven en herhaalde het recht van Israël op verdedigbare grenzen. Door Resolutie 242 te bevestigen, bevestigde hij, dat Israël geen 100% van het land hoefde te verlaten.

Binnen een paar maanden na de inauguratie van president Obama in 2009, verwierp hij deze overeenkomst. Als antwoord hierop en andere indicatoren schreef ik, dat Obama van plan was om Israël een ​​oplossing op te leggen. Ik legde op deze pagina’s in 2009 uit, dat hij het moest verwerpen, omdat wanneer de overeenkomst zou worden toegestaan in stand te blijven, de Verenigde Staten gecompromitteerd zouden zijn zich te verzetten tegen het opleggen van een ander plan.
Obama dwong Netanyahu vervolgens een Palestijnse recht te erkennen op een staat in zijn Bar Ilan Speech in juni 2009, waarin Netanyahu zei: “In mijn visie op vrede, in dit kleine land van ons, leven twee volkeren in vrijheid, één naast de ander, in vriendschap en wederzijds respect. Elk zal zijn eigen vlag, zijn eigen volkslied, zijn eigen regering hebben en zal ook de veiligheid of de overleving van de ander niet in gevaar brengen.

Hij ging door met het bepalen van twee eisen of randvoorwaarden: namelijk de nieuwe staat moet gedemilitariseerd zijn en moet Israël als de staat van het Joodse volk erkennen. Dit was de eerste keer, dat Netanyahu of zijn partij de tweestatenoplossing omarmden. Obama was zelfs tevreden met alle randvoorwaarden en bepalingen. Hij kreeg wat hij wilde. Hij zou de bepalingen negeren. En deze resolutie doet precies dat.

Vervolgens steunde hij het Arabische vredesinitiatief, waarin werd opgeroepen tot 100% terugtrekking, in tegenstelling tot Resolutie 242, zij het met onderling overeengekomen gebiedsruil.

Daarna eiste hij een volledige bouwstop, zelfs in Jeruzalem. Zelfs zo kon hij geen concessies als compensatie loskrijgen van zowel de Arabische Liga of de PA. Omdat hij geen andere keus had, steunde hij de eis van de PA, dat, als prijs van de PA om aan de onderhandelingen deel te nemen, Israël meer dan 100 Arabische gevangenen met bloed aan hun handen vrij moest laten. Israël ging akkoord, hoewel niemand enige verwachtingen had, dat de PA zich zou compromitteren. Deze vrijlating van gevangenen was in feite een ander weggevertje voor hen.

Na de zware inspanningen om een ​​akkoord te bereiken, droop Obama af, maar eiste, dat er een voortgezette bouwstop zou zijn en niets zou worden gedaan om de twee-staten-oplossing onhoudbaar te maken.

Maar hij had niet opgegeven. Door de passage van de resolutie 2334 van de Veiligheidsraad, die verklaarde, dat “de vestiging door Israël van nederzettingen in de Palestijnse gebieden bezet sinds 1967, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, geen juridische geldigheid heeft,” op touw te zetten en 100% terugtrekking te eisen, kreeg hij in feite van de Veiligheidsraad zijn parameters terug voor een vredesakkoord, namelijk terugtrekking tot de lijnen van ’67 en gebiedsruil, met een verdeeld Jeruzalem.

Dit, met andere woorden, is een eis van de internationale gemeenschap, dat alle landen ten oosten van de ’67 lijnen vrij moeten zijn van joden (Judenrein, zoals bij de nazi’s gebruikelijk was om het onder woorden te brengen). Dat zou onder meer de Joodse wijken in het oostelijk deel van Jeruzalem omvatten. Dus de gebieden ten oosten van de ’67 lijnen moeten etnisch gezuiverd worden van de 900.000 Joden die daar wonen. Een meerderheid van de Joden, was daar geboren.

De Veiligheidsraad onderstreepte, “dat hij geen wijzigingen in de 4 juni 1967 lijnen zal erkennen, ook met betrekking tot Jeruzalem, die niet door de partijen door middel van onderhandelingen zijn overeengekomen …” Zo werd de Joden de Tempelberg, de Oude Stad met inbegrip van de Joodse wijk en de Westelijke Muur, ook wel bekend als de Kotel ontzegd.

Deze resolutie veranderde volledig de resolutie 242, die 50 jaar geleden aangenomen werd en die de hoeksteen was van alle volgende initiatieven, zoals de Oslo-akkoorden, het stappenplan en de brief van Bush uit 2004. Gedurende deze hele periode, benadrukten alle Amerikaanse presidenten de noodzaak van rechtstreekse onderhandelingen om alle geschillen te beslechten. Alle concessies die Israël gedurende die tijd maakte werden overeengekomen op basis van komende rechtstreekse onderhandelingen.

Deze resolutie verwijderde zulke deze onderhandelingen, de ultieme grenzen, het lot van de Joodse gemeenschappen, de eis, dat de grenzen verdedigbaar zijn en of er een staat gevormd moet worden.

In de Oslo-akkoorden, maakte Israël grote concessies aan de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, die de Arabieren vertegenwoordigde, door hen in de gebieden uit te nodigen en hen autonomie toe te kennen in gebieden A en B, zoals afgebakend door de akkoorden, in de overtuiging dat alle Israëlische waarborgen in de akkoorden haar zouden beschermen. Houd in gedachten, dat de Oslo akkoorden, geen belofte aan de Arabieren inhielden van een staat en ook werd nederzettingenactiviteit niet verboden.

Voorafgaand aan de ondertekening van deze akkoorden, stond Israël erop, dat de PLO de resolutie 242 als bindend zou accepteren. Dit was belangrijk voor Israël, omdat het bepaalde, dat Israël zich alleen hoefde terug te trekken naar “erkende en veilige” grenzen. Deze nieuwe resolutie ontkent alle Israëlische waarborgen, maar niet de concessies van Israël. Dit te doen is onredelijk.

Aan de ene kant, beschuldigt de VN Israël voortdurend van het schenden van het internationaal recht en verklaart de nederzettingen illegaal door het internationale recht; maar aan de andere kant, negeert het opvallende feiten en bindende overeenkomsten. De resolutie schendt daarmee de internationale rechtsorde zelf. De VN moet worden geregeerd door de wet, niet door willekeur.

Een ander voorbeeld van een beroep op een wet, die niet bestaat is de clausule die “de ontoelaatbaarheid van de verwerving van grondgebied door geweld” aanhaalt. Howard Adelman maakt korte metten met deze stelling. Er is zo’n wet niet.

Deze resolutie is gebaseerd op de stelling, dat de nederzettingen illegaal zijn door het internationaal recht. Maar wat als ze dat niet zijn? De VN stelt dat de landen in kwestie onderworpen zijn aan de Vierde Conventie van Genève, die geldt als een Hoge Verdragsluitende Partij (HCP), dat wil zeggen, een land dat het verdrag ondertekende, op agressieve manier het land van een andere HCP bezet. Maar in dit geval waren de landen in kwestie niet het land van een HCP maar waren niet toegewezen land onder het Palestijnse Mandaat.

PM Netanyahu benoemde een commissie bestaande uit een gepensioneerde rechter van het Hooggerechtshof en twee senior advocaten om de zaak te bestuderen. In 2014 werd het Levy Rapport uitgegeven, waarin werd geconcludeerd dat Vierde Conventie van Genève niet van toepassing is. Maar zelfs als deze van toepassing is, verhindert het niet, dat Joden zich vrijwillig vestigen op het land. En houd in gedachten, dat het Palestijnse Mandaat Joden het recht van samenhangende nederzetting op deze gronden gaf en dat recht is nooit beëindigd, noch kan het beëindigd zijn.

Deze kwestie is nooit beslist door een bevoegde rechtbank en de VN heeft dus geen recht om het als vastgestelde rechtspraak te behandelen.

Om technische taal te gebruiken, wordt Israël, in strijd is met de wet, de feiten en bestaande overeenkomsten gespoord in het creëren van een Palestijnse staat in alle gebieden, die 50 jaar geleden werden teruggebracht. Alles wordt gewrongen om Israël als een overtreder van de wet te labelen, terwijl het in feite de VN is, die de overtreder is. Dit alles ten behoeve van een verzonnen volk, dat 50 jaar geleden nog niet bestond.

http://www.israelnationalnews.com/Articles/Article.aspx/19992