Met vandaag slechts 50 in aantal, hebben de Joden van Bershad het klaar gespeeld om hun 200 jaar oude synagoge van klei tegen opeenvolgende despotische regimes te beschermen

Door Cnaan Liphshiz, 28 maart 2017

BERSHAD, Oekraïne (JTA) – Op het eerste gezicht lijkt dit saaie stadje 160 kilometer ten zuiden van Kiev bijna identiek aan de nederzettingen, die verspreid voorkomen in het door armoede getroffen district Vinnitsa.

Gehuld in een schijnbaar permanente wolk rook uit houthaarden – hier nog steeds het standaard middel voor verwarming – is Bershad, met 13.000 inwoners, voorzien van twee gammele bruggen over de verontreinigde (en op dit moment bevroren) Dokhna rivier, wegen doorsneden door oude rommel uit het Sovjettijdperk en een volslagen gebrek aan straatverlichting.
En zoals vele afgelegen Oekraïense steden, heeft Bershad een kleine, vergrijzende Joodse bevolking. De Joden blijven het hier volhouden, hoewel bijna al hun familieleden wonen in het relatieve comfort van Israël of de Verenigde Staten.
Maar er is meer in Bershad dan u denkt.

Een kijkje naar de unieke geschiedenis en architectuur onthult iets ongelofelijks: Bershad is een van Europa’s laatst overgebleven shtetls (Jiddisch: stadje, dorpje). Dit stadje vlakbij de Moldavische grens, met een Joodse bevolking van 50 personen, is een levend bewijs van het ongelofelijke overlevingsverhaal van de Joodse gemeenschap – een gemeenschap, die in stand bleef ondanks decennia van communistische onderdrukking, de Holocaust en de exodus van de Russischsprekende Joden.

Nergens is het unieke van deze Joodse gemeenschap duidelijker dan in de synagoge van Bershad, die 200 jaar geleden werd opgebouwd uit klei.

Het klinkt ongelooflijk, maar Sovjetautoriteiten gaven in 1946 het witte, twee verdiepingen tellende, met blik overdekte gebouw aan de Joodse gemeenschap van de stad terug, kort nadat het Rode Leger het huidige Oekraïne uit de greep van nazi-Duitsland en zijn bondgenoten bevrijdde. Het was een hoogst ongebruikelijk gebaar van een overtuigd wereldlijk imperium, dat onder Joseph Stalin systematisch eigendommen van geloofsgemeenschappen nationaliseerde en routinematig Joden, die bij het beoefenen van hun religie bleven, vervolgde.

Dit beleid van de Sovjets, direct na de Nazi-genocide, was een doodssteek voor Joods leven op het platteland van Oekraïne – ooit het thuisland van duizenden shtetls – en beperkte dit heel erg in de grote steden.
Maar “in een tijd waarin de communistische onderdrukking het bestaan van de weinige shtetls, die door een wonder de holocaust overleefden, beëindigde, was het bestaan van een functionerende synagoge in Bershad de spil van het gemeenschapsleven voor deze shtetl,” zei Yefim Vygodner, 64. De stad had in de jaren ’60 een Joodse bevolking van zo’n 3.500 inwoners.

Vygodner is de leider van de Joodse gemeenschap van Bershad – en haar jongste lid.
In de loop der jaren werd de relatief bevoorrechte positie van de Joden van Bershad – die Vygodner toeschrijft aan een combinatie van geluk, isolement, veerkracht en vriendelijke banden met niet-joodse buren – het duidelijkst op Pesach en Jom Kippoer, volgens hem, omdat op deze feestdagen het Jodendom uit huis en in de synagoge kwam.

In een interview deze maand vertelde Vygodner aan JTA hoe, toen hij een jongen was, zijn moeder hem naar een geïmproviseerde matzesbakker stuurde, die jaarlijks voor de synagoge opende. In de weken voor Pesach, zweefde de geur van het bakken van matzes langs de modderige straten van de shtetl, herinnerde hij zich.

“De bakker schepte uit de oven golvende, handgemaakte matzes en wikkelde ze voor elke klant apart in papier,” zei Vygodner.
Bronia Feldman, een gezellig oudje van 79, herinnerde zich een ander moment uit het joodse leven in Bershad: elke Jom Kippoer nam haar moeder haar mee naar het plein tegenover de synagoge, waar honderden Joden bijeen kwamen om de sjofar te horen – het hoogtepunt van de plechtige Verzoendag van het Jodendom.
“Degenen met functies die gevoelig lagen, zoals leraren en artsen, gingen niet naar de synagoge, omdat zij niet in de problemen wilden komen”, zei Vygodner over de communistische jaren. “Ze hingen gewoon rond bij de synagoge.”

Op Pesach “at iedereen echter matzes – artsen, leraren, ingenieurs – iedereen,” zei ze.
De verklaringen van Vygodner en Feldmans zijn hoogst ongebruikelijk voor Joden van hun leeftijd, die in de voormalige Sovjet-Unie opgroeiden, waar het Jodendom in het geheim, of helemaal niet werd beoefend.

De sleutel tot de overleving van Bershad was haar plaats in het westen: in 1941 viel de regio van de stad onder de bezetting van de Roemeense fascistische troepen, die minder methodisch waren in het vermoorden van Joden dan hun Duitse bondgenoten. Ze liquideerden naburige shtetls en veranderden Bershad, dat in 1939 een Joodse bevolking van 5000 had, in een centraal getto met 25.000 gevangenen. Velen kwamen om, maar 3.500 Bershad Joden overleefden.

Eén van hen is Alxander Zornitskiy, 83, een gepensioneerde veearts en schrijver, die zich met zijn moeder en twee zussen verborg, toen Duitse soldaten 2.800 mensen in hun naburige shtetl van Ternovka doodden. Met behulp van niet-Joodse plaatselijke bewoners lukte het gezin in Bershad te komen, waar zij in samengepakte omstandigheden en zonder voldoende eten in één van de houten huizen met twee kamers, waaruit de Joodse wijk bestond, woonden.

“De Roemenen waren wreed, maar ze schoten ons niet dood”, vatte hij samen. “Elke straat hier doet me denken aan de Holocaust. Maar het is ook, waar ik overleefde.”

Na de holocaust, was de toestemming – of tenminste het stilzwijgen – van de niet-Joden van Bershad cruciaal voor het behoud van het Joodse geestelijk leven van de stad.
“Hierin speelde de eeuwenlange samenleving een rol,” zei Vygodner.

In tegenstelling tot de meer intellectuele geloofsgenoten van grote steden, voegde hij eraan toe, waren de Joden van Bershad ‘blauwe kraag’: metaalarbeiders, schoenmakers, timmerlieden en vissers, wier families al eeuwenlang schouder aan schouder samenwerkten met niet-Joden.

De matzebakkerij sloot in de tachtiger jaren. In 1989 bevatte de Joodse gemeenschap van Bershad 1.000 leden – de helft minder dan tien jaar eerder.

Vandaag vieren de overgebleven Joden een gemeenschappelijke sedermaaltijd bij de synagoge, die georganiseerd wordt door Chabad. Ze komen hier ook het gehele jaar door om voedselpakketten te ontvangen, aangeboden door Christenen voor Israël. Yakov Sklarsky, die eigenaar is van de enige fotostudio van de stad, fungeert het grootste deel van het jaar als rabbi.Zijn geloofsbrieven zijn zijn bekwaamheid om Hebreeuws te zingen en te lezen, zo niet te begrijpen.

De torarol in de synagoge is niet koosjer. De synagoge zelf, die volgens Vygodner meer functioneert als een buurthuis dan een gebedshuis, krijgt zelden een minjan, het vereiste minimum van 10 mannen, dat nodig is voor enkele gebedsdiensten in het Orthodoxe Jodendom. De Ster van David plafondschildering blijft behouden, maar de gevel schilfert af en onthult de klei en hooi samenstelling van haar muren. De damesafdeling is omgetoverd tot een opslagruimte.
Maar het is één van de best bewaarde gebouwen van de oude shtetl, die kan bogen op een nieuw blik op het dak en een vers laagje witte verf.

De meeste huizen rondom de synagoge, die in het hart van de Joodse wijk van Bershad is, zijn onbewoonbaar, achtergelaten door Joodse eigenaars die naar Israël, de Verenigde Staten of Kiev emigreerden, maar niet in staat waren om het terrein te verkopen in één van de armste gebieden van de Oekraïne. De werven zijn gevuld met rommel en meutes zwerfhonden.

Veel woningen hebben een veranda aan de voorzijde, waarvan Vygodner zegt dat het een recreatiemogelijkheid was, die de voorkeur genoot van de shtetl Joden. Sommige hebben zelfs mezuzah markeringen op de afgebladderde verf van hun deurposten.

Maar de leden van de Joodse gemeenschap hier, klagen op hun beurt niet. Feldman zegt ook blij zijn met een synagoge – een instelling, waarop maar weinig andere steden van het formaat van Bershad kunnen bogen in Oekraïne – en voelt “zich gelukkig Yakov als onze rabbi te hebben”.

Ondanks de lokale trots, overweegt Feldman – de laatst overgebleven Jood in Bershad, wiens moedertaal Jiddisch is – te vertrekken.
“Ik heb een zus in Ashdod en ik denk erover me bij haar te voegen,” zei ze van de Israëlische stad, eraan toevoegend, dat haar belangrijkste reden om te blijven, haar dochter Maya is, die in Bershad woont.

Wat betreft Vygodner, zijn zoon ging vijf jaar geleden naar Israël. Maar hij en zijn vrouw, Tamara, zullen hem niet zo spoedig volgen.
“Ik denk niet dat Israël op mij zit te wachten,” zei hij. “Bovendien is het wonen hier zo verweven met me en ik heb mijn vaste gewoontes. Ik heb mijn gemeenschap hier, mijn plek.”

Bron: www.timesofisrael.com

Vertaling: PoF / foto: Bershad, Wikimedia