Hoe zou een senior Frans politicus reageren op de uitbarsting van antisemitisme, die plaatsvond na de Amerikaanse presidentsverkiezingen, als hij president van de Verenigde Staten was?

Auteur: Dr. Manfred Gerstenfeld, 28/03/17

Waar komt deze schijnbaar absurde vraag vandaan? Onlangs begon er een nep-campagne in Frankrijk, die de niet verkiesbare Barack Obama als president van Frankrijk begon aan te moedigen. Het begon als een grap om aan te duiden hoe weinig indrukwekkend de huidige Franse presidentskandidaten zijn. Op 8 maart hadden al ongeveer 50.000 supporters de campagne gesteund.

Het beantwoorden van deze hypothetische vraag werpt wat licht op de Amerikaanse en Franse houding ten opzichte van antisemitisme. Toen de tweede intifada in het najaar van 2000 begon, was er een toename van antisemitisme in Europa. In Frankrijk in het bijzonder was er een enorme uitbarsting, waaronder vele gewelddadige incidenten. De Franse socioloog Shmuel Trigano zei dat er overtuigende aanwijzingen waren dat de Joodse gemeenschap door de regering van de socialistische premier Lionel Jospin werd gevraagd om kalm te blijven en geen “olie op het vuur te gooien.” De politie classificeerde antisemitische incidenten vaak als “vandalisme” om te verbergen dat de misdaden specifiek tegen Joden waren.

Pas in juni 2002 werd de waarheid officieel. Vervolgens werd de latere rechtse President Nicolas Sarkozy Minister van Binnenlandse Zaken. Hij erkende het antisemitisme en zocht naar wegen het te bestrijden. De Franse rechtse President Jacques Chirac bleef echter het antisemitisme ontkennen.

Rabbijn Marvin Hier, directeur van het Simon Wiesenthal Center, zei toen, dat “na de vele gewelddadige antisemitische incidenten in Frankrijk in de afgelopen jaren het SWC een waarschuwing heeft uitgegeven, die zegt dat Joden die erheen reisden en Joods leken, moesten weten dat ze risico liepen… Onze publieke verklaringen leidden tot een vergadering met president Jacques Chirac in mei 2003… De Franse president vertelde ons dat er geen sprake was van antisemitisme in Frankrijk; het waren enkele jonge vandalen die Joden hadden aangevallen. We antwoordden dat veel Franse Joden – vooral in de Parijse voorsteden en de provincies – ons andere verhalen hadden verteld en dat er aanzienlijk antisemitisme was in Frankrijk.”

Rabbijn Hier vervolgde: “Het was een moeilijk gesprek en uiteindelijk waren we het erover eens dat we het er op alle belangrijke punten niet mee eens waren. President Chirac zei dat hij van ganser harte zou vechten om antisemitisme in Frankrijk te voorkomen, maar dat er geen antisemitisme bestond. Na ons vertrek uit het Elysée gingen we naar een receptie in het huis van Baron de Rothschild. Twee van onze groep misten de bus en namen een taxi. Ze droegen keppeltjes en waren net buiten het huis van Baron de Rothschild, toen een paar mensen hen begonnen te beledigen en dingen te zeggen, als “ga weg uit Frankrijk, Joden.” Dat was een “welbespraakt” antwoord op de vergeefse bewering van Chirac, dat er geen antisemitisme in Frankrijk was.”

Israël Singer, toenmalig voorzitter van het uitvoerend comité van het Joods Wereldcongres, bood een ander perspectief op het standpunt van Chirac over antisemitisme. Hij herinnerde zich hoe Chirac hem een paar jaar eerder had verteld, dat Joden de oorzaak zijn van antisemitisme in Frankrijk en overal elders. De fundamentele waarheid moet hier nogmaals onderstreept worden, dat antisemitisme wordt veroorzaakt door antisemieten en niet door de Joden. Pas tegen het einde van 2003 – drie jaar na het begin van de massale uitbarsting – draaide Chirac uiteindelijk om en zei, dat Frankrijk antisemitisme moest bestrijden.

Enkele prominente ontkenners van antisemitisme hielden echter vol. In februari 2004 ontkenden de voormalige Franse centrumrechtse Premier Raymond Barre en de voormalige socialistische EU Commissievoorzitter Jacques Delors in hun verklaring op televisie nadrukkelijk, dat er, op met name moslim- en Franse scholen – twee van de speerpunten van de klachten van de joodse gemeenschap – antisemitisme was.

Begin januari heeft de eerste golf van een uitbarsting van bomdreigingen tegen Amerikaanse Joodse instellingen, evenals een aantal andere antisemitische incidenten plaatsgevonden. President Trump had een paar weken nodig om ze te veroordelen, te midden van enkele cryptische opmerkingen, dat “het soms het omgekeerde is om mensen – of om anderen – slecht te doen lijken” – maar hij veroordeelde ze. Hij zei op 21 februari: “De antisemitische bedreigingen die tegen onze Joodse gemeenschap en buurthuizen gericht zijn, zijn verschrikkelijk en pijnlijk en een zeer droevige herinnering aan het werk, dat nog moet worden gedaan om vooroordelen en kwaad uit te roeien.”

Deze vergelijking toont dat Trump veel positiever is tegenover de Joden dan een selectie van gewezen Franse leiders van rechts en links. Het bewijst ook dat Amerikaanse Joodse organisaties veel meer invloed hebben dan die in Frankrijk, dat het land is met de meeste Joden – ongeveer een half miljoen.

Bovendien is solidariteit met Joden in de VS veel groter dan in Frankrijk. Vicepresident Mike Pence bezocht Missouri na de ontheiliging van een Joodse begraafplaats en zei: “We veroordelen deze afschuwelijke daad van vandalisme en degenen, die dit bestendigen, in de sterkst mogelijke bewoordingen.”

Het was ook indrukwekkend dat alle 100 senatoren een brief stuurden naar de minister van Binnenlandse Veiligheid John Kelly, procureur- generaal Jeff Sessions en de directeur van de FBI James Comey om hen aan te sporen om de lokale politiediensten bij te staan bij de bescherming van Hebreeuwse scholen, Joodse gemeenschapscentra en synagogen en ook te helpen bij het vervolgen van degenen, die deze instituties bedreigen of vernielen.
In het Frankrijk van de 21e eeuw duurde het veel langer voordat daden van solidariteit plaatsvonden en wanneer ze dat deden, benaderden ze zelfs nooit de huidige niveaus van presidentiele-, regerings- en algemene solidariteit in de Verenigde Staten.

Over de auteur:

Dr. Manfred Gerstenfeld
De schrijver is een adviseur met langdurige ervaring wat betreft strategische kwesties aan het bestuur van diverse grote multinationale concerns in Europa en Noord-Amerika. Hij is bestuurslid en voormalig voorzitter van het Jerusalem Center for Public Affairs en ontvanger van de Lifetime Achievement Award (2012) van het tijdschrift voor de studie van antisemitisme (Journal for the Study of Anti-Semitism)

Bron: www.israelnationalnews.com

Vertaling: PoF