Volgens historici bracht de existentiële crisis mensen samen op een manier zoals nog niet eerder, sinds de Sinaï.

NEW YORK (JTA) – Op de morgen van 5 juni 1967 toen Arabische legers en Israël na weken van spanning botsten, zat Rabbi Irving “Yitz” Greenberg angstig temidden van zijn gemeenteleden voor de dagelijkse gebeden – bang dat het Joodse volk voor de tweede keer in 25 jaar met uitsterven zou worden bedreigd.

Door Ben Sales, 11 mei 2017

“Eén van de mensen zei: “Ze zullen Israël wegvagen. Wat gaat er dan van ons worden?”, herinnerde Greenberg zich, die toen de geestelijk leider was van een synagoge aan de Riverdale zijde van de Bronx.

“Ik zei: ‘Ze zullen Israël niet wegvagen en als ze dat wel doen, komt hier een uithangbord: De sjoel (synagoge) is gesloten.’ Het geloof zou niet door kunnen gaan als er weer een regelrechte ramp van die omvang zou gebeuren.”

De angst die door Greenberg gevoeld werd, doordrong die week de lucht in Amerikaanse Joodse gemeenschappen. Twee decennia nadat de wereld van de volle omvang van de Holocaust hoorde, keken de Amerikanen van een afstand toe hoe Egypte en Syrië de jonge Joodse staat bedreigden.

Jonathan Sarna, die toen 12 jaar oud was, herinnert zich hoe hij op de tv zag hoe Israëli’s massagraven groeven ter voorbereiding op een mogelijke slachting. Yossi Klein Halevi, toen een tienermeisje, herinnert zich de uitzendingen van massale demonstraties in Cairo, die om de dood van Israël riepen.

Maar veel Amerikaanse Joden, achtervolgd door hun nalaten om op te treden tijdens de Holocaust, keken niet louter en alleen passief naar gebeurtenissen – ze besloten om te mobiliseren. Ze brachten tientallen miljoenen dollars bij elkaar. Ze hielden demonstraties. Ze oefenden druk uit op president Lyndon Johnson.

Maar binnen enkele dagen veranderde de angst in opluchting. De opluchting veranderde in trots, toen Israël de oorlog in zes dagen won en haar grondgebied verdrievoudigde en de heiligste plaatsen van het Jodendom in beheer nam.

Moshe Dayan op de Tempelberg, 7 juni 1967 (Ilan Bruner/ GPO)

De Zesdaagse Oorlog, zoals die al gauw bekend werd, intensiveerde de liefde van de Amerikaanse Joden voor Israël en bezielde hen met een nieuw zelfvertrouwen om voor hun belangen in binnen- en buitenland te pleiten. En de schrik, die de gemeenschap in de aanloop naar de oorlog verteerde, leidde tot een sterkere nadruk op de Holocaust-herdenkingsdag.

De verandering van angst naar kracht ervaren door de Joodse gemeenschap in juni 1967 was de aanzet tot Holocaustherdenkingen en steun voor Israël als de twee tegenpolen van de Amerikaanse Joodse identiteit. Tegelijkertijd veroorzaakte het echter opeens debatten over grondgebied, geschiedenis, identiteit en bezetting – kwesties, die Amerikaanse Joden 50 jaar later nog steeds blijven bezighouden.

“Het was een emotionele ontwikkeling die het Joodse volk verenigde op een manier, zoals we, denk ik, nooit hebben gezien sinds de Openbaring op de Sinaï, 3500 jaar geleden,” aldus Klein Halevi, auteur van “Like Dreamers” (Als dromers), een kroniek van de generatie van de Zesdaagse Oorlog van Israël. Opgroeiend in Brooklyn, herinnert hij zich ‘de existentiële angst verlaten werd toen we beseften, dat Israël het offensief had genomen”.

De iconische foto van Rubinger van de drie parachutisten bij de heroverde Westelijke Muur in juni 1967 (Foto: Rubinger/Knesset Collectie)

Amerikaanse Joden besteedden hun geld aan steun voor de door vijanden bedreigde staat – en creëerden een precedent (en verwachtingen) voor Joodse filantropie voor de decennia die zouden volgen, zeggen historici. In het gebied van New York City alleen al bracht het Verenigd Joods Appél meer dan $20 miljoen bijeen tijdens de week van de oorlog, bijna $ 150 miljoen in dollars van vandaag.

Greenberg herinnert zich een gemeentelid, dat een tweede hypotheek afsloot om $20.000 aan Israël te doneren. In de New Yorkse voorstad Scarsdale, brachten zeven scholieren op de tweede dag van de oorlog $10,000 bij elkaar in hun wijk.

“De ongelooflijke geldbedragen, die vóór en tijdens de oorlog werden opgehaald, niemand had zoiets ooit gezien,” zei Sarna, hoogleraar Joodse geschiedenis van Brandeis University. “Amerikaanse Joden wilden niet dat de mensen zeiden, dat we niets deden. Er was niet veel dat ze konden doen, maar ze wisten, dat ze konden geven van hun rijkdom.”

Historicus en journalist Abraham Rabinovich (midden) op de Tempelberg, 1967 (foto van de auteur)

Joden gingen ook de straat op om Israël te steunen. Op 8 juni, de derde dag van de oorlog, demonstreerden 50.000 Joden buiten het Witte Huis en eisten al, dat het Israël zou worden toegestaan de behaalde winsten op het slagveld te houden. De dag na de oorlog vulden 20.000 Joden Madison Square Garden in New York om de overwinning te vieren.

Terwijl Joden ervoor massaal hadden geprotesteerd, toonde het Joodse leiders hoe krachtig demonstraties konden zijn, aldus Jack Wertheimer, een Joodse geschiedenisprofessor aan het Joodse Theologische Seminarium. De overwinning gaf ook Amerikaanse Joden een grotere vastbeslotenheid voor hun eigen belangen op te komen. Israëls overwinning bezielde de beweging om Sovjet-Joden te bevrijden, wat leidde tot het organiseren van grote demonstraties in Washington DC, en protesten bij Sovjetconsulaten, missies en culturele evenementen in het hele land.

“Israël was heel goed voor de Amerikaanse Joodse leiders”, zei Wertheimer. “De opkomst van Israël als speler op het internationale toneel maakte het voor Amerikaanse Joodse organisaties mogelijk hun aanwezigheid meer te tonen”.

Amerikaanse Joden konden ook gemakkelijker hun liefde voor Israël tonen en de Amerikanen steunden Israël in het algemeen in de oorlog. Koude Oorlog-overwegingen leidden ertoe dat het bondgenootschap Amerika-Israël sterker werd, terwijl onder Joden uitingen van Israëlische cultuur in Amerika steeg. De oorlog leidde meer Amerikaanse synagogen tot het aannemen van Israëlische uitspraken van het Hebreeuws, zei Wertheimer en het gebruik van Israëlische melodieën voor gebeden. Klein Halevi herinnert zich dat zijn arts zijn wachtkamer versierde met een enorme foto van de Israëlische minister van Defensie Moshe Dayan.

“Het versterkte werkelijk een gevoel dat Israël centraal stond,” zei Sarna. “Amerikaanse Joden houden van de momenten waarop hun Amerikaan-zijn en hun Jood-zijn elkaar versterken. Er is een gevoel dat de Zesdaagse Oorlog een overwinning is voor Amerika en voor het Joodse volk”.

Joden begonnen ook meer naar Israël te reizen, dat een periode van euforie doormaakte na de oorlog. Emigratie naar de Joodse staat steeg gestadig in de late jaren zestig en de vroege jaren zeventig en Amerikaanse Joden zouden later een onevenredige aanwezigheid in de nederzettingenbeweging hebben. Terwijl Amerikaanse Joden ongeveer 5% van de Israëli’s als geheel vormen, maken ze 15% uit van de kolonisten in de Westelijke Jordaanoever, volgens professor Sara Yael Hirschhorn in Oxford, auteur van het recente boek “City on a hilltop” (Stad op een heuveltop), over Amerikaanse Joden in de nederzettingenbeweging.

“Er was gewoon deze spontane behoefte van Joden en de wereld om zich fysiek met Israël te verbinden, vanwege dit gevoel dat we Israël bijna verloren”, aldus Klein Halevi, die heeft geschreven over het kanaliseren van zijn eigen Joodse angst en trots in de militante Joodse Defensie Liga – een jeugdige flirt met extremisme, die hij uiteindelijk achter zich liet. Hij, als Israëli sinds 1982, herinnert zich de naoorlogse euforie waarover in Israël gesproken werd, waar “er dit gevoel was, dat de Joodse geschiedenis voorbij was en we hebben gewonnen. Zeker waren de oorlogen voorbij. De Arabieren zouden nooit zo dom zijn om opnieuw aan te vallen.”

Zelfs midden in de viering, begonnen scheuren van disharmonie te verschijnen. Joodse leiders waren nijdig op kritiek van liberale Amerikanen, die zich verbonden met Joden op het gebied van de binnenlandse politieke gevechten, zoals die over burgerrechten. Kritiek op de militaire winsten van Israël van enkele Afro-Amerikaanse leiders verzwakten verder een eens sterk zwart-Joods verbond, dat een half jaar eerder was begonnen af te brokkelen, toen de Student Nonviolent Coordinating Committee zijn blanke leden eruit zette.

“In het liberale kamp is er een vijandigheid tegen Israël” na de oorlog, zei Wertheimer. “Amerikaanse Joden keken naar deze mensen als hun bondgenoten, als hun collega’s in sommige grote veldslagen. Ze konden maar niet begrijpen, waarom deze bondgenoten zich tegen Israël keerden, toen het over deze zaak ging.”

Een halve eeuw na de overwinning worstelt het georganiseerde Amerikaanse Jodendom met zijn erfenis. Fondsenwervers en activisten klagen erover dat er niet dezelfde soort verenigende oorzaak is, waar omheen Joden zich kunnen verzamelen. Toegewijde activisten zijn verdeeld tussen een rechtervleugel, die de mening is toegedaan dat God een land in Joodse handen overdroeg, dat nooit meer kan worden verdeeld en een linkervleugel, die de oorlog en de besluiten, die in de nasleep werden genomen, als het begin van wat nu Israëls meest onhanteerbare probleem werd: besturing van miljoenen Arabieren, die wonen op landen, buitgemaakt tijdens de overwinning.

Vijf decennia later, zegt Hirschhorn, is de vreugde die in 1967 werd gevoeld, voor veel Amerikaanse Joden die lang na de oorlog werden geboren, verbleekt. Ze herinneren zich de Zesdaagse Oorlog niet meer als een afgewend bloedbad of een bijna wonderbaarlijke overwinning van David op Goliath. Voor Joden met herinneringen uit 1967, zei Hirschhorn, was het zich sterk voelen een geweldige ervaring. Nu worstelen Amerikaanse Joden nog steeds met de betekenis van Joodse kracht.

“De trots die ze op dat moment voelden, is veranderd voor onze generatie, die ernaar kijkt op een andere manier en de uitslag van de oorlog heeft gezien,” zei Hirschhorn, die ruim na de oorlog werd geboren. “Nu is de vraag van onze generatie, hoe ga je op een verantwoordelijke manier om met Joodse macht, of dat nu in de Staat Israël is of daarbuiten?”

Bron: www.timesofisrael.com

Vertaling: PoF