Baruch Shub

Terwijl sommige Europese landen hun geschiedenis proberen te herschrijven, waarschuwt de 91-jarige Yitzhak Arad: ‘Wij overlevenden sterven uit, dus het is aan de volgende generatie om deze strijd voort te zetten’

AP – Terwijl de meeste van zijn mede-Joden werden gedood of vermoord in de Nazi-vernietigingskampen en getto’s, verstopten Baruch Shub en zijn vrienden zich in de bossen van de voormalige Sovjet-Unie en trachtten de Nazi’s te ondermijnen door treinen te ontsporen, bruggen te verbranden, communicatielijnen te saboteren en door het doden van de collaborateurs.

“Je kon niet echt vechten tegen het Duitse leger, gezien onze middelen, maar we hebben ons best gedaan om hen te ontwrichten”, herinnert de 94-jarige Shub in zijn bejaardentehuis in centraal Israël. “Of het een verschil heeft gemaakt, weet ik niet. Maar het gaf me een geweldig gevoel van vreugde dat ik tenminste iets deed met hen. ”

Terwijl Israël zijn jaarlijkse holocaustherdenkingsdag herdenkt, sterven de laatste oude overlevenden snel die zich actief verzetten en hielpen de vechtlust van het land vorm te geven. Shub is nog één van een handjevol resterende Sovjet-partizanen. Nog slechts twee personen leven nog die gevochten hebben tijdens de opstand in het getto van Warschau in 1943. Het grootste symbool van verzet door Joden in WOII.

Israël zal donderdag tot stilstand komen vanwege zijn jaarlijkse herdenking van de 6 miljoen slachtoffers van de Holocaust. Het valt op dezelfde datum op de Hebreeuwse kalender als de opstand van Warschau – de uiteindelijk ten dode opgeschreven opstand die zo’n belangrijke rol heeft gespeeld bij het bepalen van de psyche van het land.

Zelfs de officiële naam van de dag – “Holocaust and Heroism Remembrance Day” (Holocaust en Helden herdenkingsdag) – verwijst naar het beeld van de Joodse strijder waarop de staat werd gesticht.

Shub zei dat de voorwaarden voor verzet beperkt waren gezien de alomvattende reikwijdte van de Nazi-genocide, maar degenen die konden terugvechten deden dat. Met hun acties zei hij dat ze een traditie voortzetten die teruggaat tot Bijbelse tijden.

“Joden vochten altijd voor hun voortbestaan en nationale eer,” zei hij. “Ik wil dat de geschiedenis onthoudt dat joden niet als vee naar hun slachting liepen.”

Shub’s moeder en drie broers en zussen werden vermoord door de Nazi’s en hun lokale collaborateurs in zijn geboorteland Litouwen. Na een mislukte opstand in het getto van Vilna ontsnapte hij naar de bossen om zich bij het ondergrondse netwerk te voegen, geleid door de beroemde verzetsstrijder Abba Kovner. Vier bataljons Joodse jagers vielen dorpen binnen voor voedsel en voorraden en sneden communicatie- en elektriciteitsleidingen door die Duitse troepen gebruikten, zei hij.

Nadat het Rode Leger het getto had bevrijd, in wat nu Vilnius wordt genoemd, in 1944, kwam Shub terug om al de door de Nazi SS-troepen gedode Joden te vinden. Onder de lichamen op straat was die van zijn vader. Een met bloed doordrenkt briefje in zijn hand, geschreven in het Jiddisch, zei: “Als iemand mijn zoon ziet, zeg hem dan wraak te nemen.”

De identiteit van Israël wordt bepaald door het belangrijke feit dat nooit meer Joden hulpeloos zullen zijn in het licht van vernietiging. Maar Shub vreest dat de boodschap verloren gaat. Hij is boos dat een gepland museum ter ere van joodse strijders, samen met de 1,5 miljoen joodse veteranen uit de Tweede Wereldoorlog, al meer dan een decennium verzandt in bureaucratische vertragingen.

Dina Porat, hoofdhistoricus van het Israëlische Yad Vashem-monument, zei dat dankzij de vele boeken, films en verzamelde getuigenissen er weinig gevaar bestaat dat hun nalatenschap wordt gewist. Toch vormen de live getuigenverklaringen een krachtige tegengeluid van de huidige golf van historisch revisionisme in verschillende Oost-Europese landen die hun eigen oorlogsgeschiedenis proberen te herschrijven.

Overlevenden zijn verontwaardigd over een Poolse wet die beschuldiging over Poolse burgers strafbaar stelt voor misdaden die Duitsland tijdens de Holocaust heeft gepleegd.

(Redactie PoF: dit betreft de beschuldiging dat Poolse burgers meegedaan hebben aan misdaden tegen Joden)

Joden in een rij in het Warsaw ghetto tijdens WOII

Litouwen heeft recentelijk ook aangedrongen op wetgeving om de verkoop van boeken die “de Litouwse geschiedenis verstoren” te verbieden door de medeplichtigheid van Litouwse burgers die meegewerkt hebben met de Duitsers, te vermelden. De Litouwse autoriteiten hebben onderzoek ingesteld naar de oorlogsactiviteiten van partizanen en beschuldigen Yitzhak Arad, een voormalig voorzitter van Yad Vashem, van het vermoorden van Nazi-collaborateurs die vandaag de dag worden beschouwd als Litouwse helden voor verzet tegen het communisme. De aanklacht werd later ingetrokken.

“Er is een proces van het herschrijven van de geschiedenis op deze plaatsen,” zei Arad (91), die zestien Duitse bevoorradingstreinen als tiener opblies. “We sterven uit, dus het is aan de volgende generatie om deze strijd voort te zetten met de middelen die ze tot hun beschikking hebben.”

Er zijn er steeds minder die overblijven van de grootste daad van Joods verzet tijdens de Holocaust, die een derde deel van het wereldjodendom weggevaagd heeft. Hoewel die nooit zou lukken, symboliseerde de opstand in het getto van Warschau een weigering om te sterven voor de gruweldaden van de Nazi’s en inspireerde andere opstanden en ondergrondse opstanden door zowel Joden als niet-Joden.

Driekwart eeuw later is alleen de 89-jarige Aliza Vitis-Shomron in Israël nog om het verhaal te vertellen. De enige andere bekende overlevende jager, Simcha Rotem, verkeert in slechte gezondheid.

Vitis-Shomron zei dat het moeilijkste moment was om te vluchten vlak voordat de Nazi’s haar kameraden zouden overwinnen. Ze hadden weinig wapens en het leek zinloos om rond een tienermeisje te blijven dat kon ontsnappen en de wereld kon vertellen wat er was gebeurd.

De vernietiging van het Warsau Ghetto door de Nazi’s

“Ze zeiden dat ik te jong was om te sterven”, zei Vitis-Shomron, die drie kinderen, zeven kleinkinderen en vier achterkleinkinderen heeft. “Ik voel me nog steeds schuldig dat ik ben weggegaan en zij zijn gebleven.”

Samen met haar moeder en jongere zus vond ze een kelder om zich buiten het getto te verstoppen. Ze herinnert zich levendig hoe ze een gat in het gordijn prikte en naar de rode lucht boven het brandende getto keek waar haar vrienden oorlog voerden.

De verzetsbeweging begon te groeien na de deportatie van 22 juli 1942, toen 265.000 mannen, vrouwen en kinderen werden opgepakt en later werden gedood in het vernietigingskamp Treblinka. Naar aanleiding van de verspreiding van het nieuws over de Nazi-genocide, begonnen kleine groepen rebellen met het oproepen tot verzet, en het uitvoeren van geïsoleerde aanvallen en het plegen sabotage.

De Nazi’s betraden het getto op 19 april 1943, aan de vooravond van Pesach. Drie dagen later zetten ze het getto in lichterlaaie, maar de Joodse strijders bleven hun strijd bijna een maand volhouden, versterkten zichzelf in bunkers en slaagden erin zestien nazi’s te doden en bijna honderd te verwonden.

Vitis-Shomron zei dat Mordechai Anielewicz en andere leiders van de opstand ruime kansen hadden om te ontsnappen.

“Het zijn de echte helden, degenen die bleven, wetende dat ze zouden sterven,” zei ze. “Ze hadden het lef en de wil om de Nazi’s te wreken en te bewijzen dat het Joodse volk zich niet zomaarovergaf. Er waren mensen die terugvechten. ‘

Bron: Times of Israel